10 Days of Adventure in Pakistan (part 2)

We gaan verder waar deel één van ons avontuur in Pakistan eindigde: op de ochtend van de vierde dag.  Wat was er kort samengevat ook alweer gebeurd? Na een grensovergang die net op een scène uit een film leek, hebben we inmiddels 1.000 kilometer gereden onder politiebegeleiding, geslapen bij politieposten zonder electriciteit met mannen gehuld in dekens om een olielampje, whiskey gedronken met een districtschef, een lekke band gehad in de middle of nowhere in het donker en het gevoel gehad dat we  naar Afghanistan werden geleid. Nadat er in een drukke stad “Al Qaida, Al Qaida” naar ons wordt gefluisterd, terwijl we opzoek zijn naar een pinautomaat, gaat het verhaal hier verder:

Uiteindelijk werkt de bankpas niet en kunnen we bij de apotheek 50 euro in Pakistaanse rupees wisselen. Snel de drukke stad uit, dan maar even niet naar de markt om groente te halen. We gooien de tank vol met diesel en rijden verder. Nadat we tien kilometer uit de stad zijn, mogen we verder zonder politieescorte. We willen vandaag door rijden naar de stad D.G. Khan, in centraal Pakistan. We zijn daar nu 289 kilometer vandaan, maar volgens Ali gaat deze tocht ons acht tot negen uren kosten. Dat betekent gemiddeld zo’n 35 kilometer per uur rijden. Al snel begrijpen we waarom.. de asfaltweg gaat over in een dirtroad met veel grote stenen en we rijden ongeveer 20 kilometer per uur. We zijn nu in centraal Pakistan en dit gebied heeft veel last gehad van de overstromingen in augustus. Het lijkt erop dat het asfalt gedeelte van deze weg is afgespoeld en naast de weg ligt en dat we nu op de stenen basis van de weg rijden. Het landschap is wel echt zoals je het je bij Pakistan voorstelt: droge, kale bergen met veel reliëf, steppes met veel gele graspluimen en af en toe een gebouwtje gebouwd van modder, een schaapsherder met kudde en vooral heel veel niks. We rijden voor ons gevoel al uren, als we nog maar 60 kilometer hebben afgelegd. Als we ergens stoppen om lunch te maken, gebaart een man in een passerende auto wild dat we hier niet zomaar moeten stoppen. Ok, dan maar weer snel verder na het eten. Als we een stukje hebben gereden door nog steeds niemandsland, stopt Martin plotseling. Nee… weer een lekke band! De reserveband hebben we eergister al gebruikt, dus die kan nu niet meer worden ingezet. Opeens passeren meerdere auto’s ons en iedere auto stopt en er wordt steeds vriendelijk gevraagd of we hulp kunnen gebruiken. Maar met ons repair kit voor banden proberen we de kapotte band te repareren. Het pakketje bestaat uit een soort naald, stuk touw en speciale lijm. Het touwtje smeer je in met de lijm en met de naald stop je het touw in het gat in de band. Even wachten, oppompen met de compressor en we kunnen het wiel weer monteren. Een Pakistaanse man met tulband is van zijn brommer gekomen en helpt ondertussen met het verplaatsen van allerlei spullen, een grappig gezicht. Dan weer op pad. Martin heeft de vaart lekker te pakken over de nog steeds slechte weg. Moet ook wel, want we hebben ons vanochtend voorgenomen dat we deze vierde dag in Pakistan eindelijk niet in het donker zullen gaan rijden. Een uurtje later rolt er een dopje van één van de wielen van Martin en moeten we weer stoppen. Dan zien we opeens dat de twee andere banden ook plat zijn…. Niet te geloven: vier lekke banden in 48 uur tijd! Terwijl we bezig zijn met de reparatie begint de zon steeds dichterbij de horizon te komen. Over een uurtje is het zeker donker. De reparatie van deze twee banden gaat minder goed: de reparatiekit werkt bij deze twee gaten niet zo goed als bij de vorige. Maar het helpt een beetje en met onderweg af en toe wat lucht toevoegen via de compressor kunnen we verder.

Eindelijk komen we sinds lange tijd weer een militaire post tegen in het plaatsje Rukhni. Ali had ons aangeraden om in dit dorp te overnachten omdat het daar veilig zou zijn. Na een tijdje praten met de mannen daar, geven ze aan dat we daar niet kunnen blijven overnachten. Te gevaarlijk. Ook hebben ze het weer over de No Objection Certificate die we zouden moeten hebben. Hmm.. dat klinkt niet goed. We moeten doorrijden naar de politiepost, zes kilometer verderop. Deze politiepost markeert de grens tussen de provincies Baluchistan en Punjab. Ook bij deze politiepost mogen we niet slapen en we mogen er ook niet over de grens naar Punjab. We worden weer teruggestuurd naar de militaire post, zes kilometer terug. Daar krijgen we weer te horen dat we er echt niet kunnen slapen. Eerst geven ze aan dat het te gevaarlijk is en als wij zeggen dat we ons erg veilig voelen met zoveel goede militairen om ons heen, zeggen ze dat we geen permit hebben om daar te staan. Pff.. we zijn moe en willen gewoon heel graag even een nachtje slapen ergens.. we mogen hier niet staan, we mogen niet verder.. wat moeten we dan? Uiteindelijk weet Roderick de militairen te overtuigen om onze vriend Ali te bellen, de Senior Super Intendent van het district waar we net vandaan komen. In Pakistan altijd handig om een hoger geplaatst persoon als vriend te hebben. Er volgt veel communicatie en miscommunicatie en we moeten vooral heel veel geduld hebben en wachten. Het is soms moeilijk om met de mannen hier om te gaan. Ze zijn duidelijk niet gewend aan “vrouwen in het wild”. Ook al is het niet verplicht, ik draag in Pakistan nog steeds mijn hoofddoek. Ondanks dat probeert één van de hoger geplaatste militairen met flink schele ogen elke gelegenheid aan te grijpen om mij aan te raken, als Roderick druk is aan de telefoon gooit hij de deur open om de bus binnen te komen, maar ik steek daar net op tijd een stokje voor. Deur dicht en opslot. Dan komt hij naast het raam staan en trekt een raar gezicht en doet het geluid van een mauwende kat na.. Een heel raar sfeertje hier. Na twee uren wachten wordt uiteindelijk besloten dat we bij het tankstation mogen slapen. Heel logisch dat het daar veiliger is dan bij de militaire post… Als we bij het tankstation zijn komt er een groep mannen aan die van ruime afstand ruikt naar alcohol. Lispelend legt één van de mannen uit dat er orders zijn vanuit Quetta: we moeten met een gerespecteerde man mee die ons naar een andere slaapplaats zal brengen. Om 22.00 uur ’s avonds worden we uiteindelijk afgedropt bij het hoofdgebouw van de politie van Rukhni. Hier mogen we vannacht slapen en morgen moeten we dan terug naar Quetta om de NOC-brief te halen: twee dagen rijden over de bar slechte wegen waar we net vier lekke banden op hebben gehad… Pfff.. we zien het even niet meer zitten…eerst maar eens slapen.

Na een nacht slapen voelen we ons beter dan gisteravond en zijn we klaar voor de vijfde dag van ons avontuur in Pakistan. We ontbijten wat en willen dan snel weg van het politiestation, verder naar de grens met Punjab. De politie wil ons niet laten gaan, maar we starten de bussen gewoon en Roderick zegt streng en vastberaden dat we er gewoon van door gaan en dan rijden we zowaar weg! De eerste hindernis is genomen. Dan komen we weer aan bij de politiepost aan de grens met Punjab. De dienstdoende politieman wil ons er niet doorlaten: over twee uren begint zijn officier en dan moeten we het maar weer proberen: leuk die bureaucratische afschuif cultuur in Pakistan. We benutten onze wachttijd nuttig: we laten de banden van Martin repareren. Het dorp zit vol met bandenreparatiespecialisten: goede business gezien de slechte weg die net achter ons ligt. Het is de eerste werkdag na drie dagen offerfeest dus er staan rijen vrachtwagens bij de reparatiepunten. Om ons heen staan groepen nieuwsgierige mensen. Dan komt de politie met goed nieuws: over een uur staat onze escorte klaar en mogen we zonder problemen over de grens naar Punjab. Nog geen tien minuten later komen ze met een ander verhaal: we moeten de NOC-brief hebben, anders kunnen we niet door. De familie (dat wil zeggen vrouwen en kinderen, dus Vanessa, Meilin en ik) moet in de truck blijven zitten, zegt de politie, voor de veiligheid. Daar zitten we dan met z’n drieën: in de bus met de gordijnen dicht voor alle apegapers, twee uren lang. Opgesloten als echte Pakistaanse vrouwen. Roderick stelt ondertussen alles in het werk om te voorkomen dat we helemaal terug moeten naar Quetta. Hij weet een Pakistaanse sim-kaart te kopen, zodat we kunnen bellen. Hij belt vervolgens Ali en hoort dat hij de hele nacht bezig is geweest voor ons: hij heeft al zijn vriendjes ingeschakeld en heeft veel contact gehad met Quetta om te regelen dat wij alsnog een NOC krijgen. Daarna belt hij de Nederlandse ambassade. Ook al is het zaterdag, we worden lang en uitvoerig te woord gestaan, maar de boodschap is uiteindelijk dat de ambassade niets kan betekenen in binnenlandse kwesties en daar is dit er één van. Helaas! Al onze hoop is dus gevestigd op onze vriend Ali. Nadat alle banden zijn gerepareerd, worden we gedirrigeerd naar de binnenplaats van het politiebureau. De politiemannen vinden het allemaal erg interessant en zitten allemaal om ons heen en maken foto’s met hun mobiele telefoon van ons.

Nadat Roderick nog heel wat telefoontjes heeft gepleegd met Ali, komt hij uiteindelijk met het goede nieuws: de NOC-brief kan worden gefaxt naar Rukhnien daarna kunnen we de grens met Punjab over! De generator van het politiebureau wordt aangezet, de fax aangezwengeld en dan komt daar echt dat belangrijke papiertje uitgerold. Na 7 uren lang bellen, regelen en wachten mogen we eindelijk richting de grens. We worden begeleid door een hele groep politiemannen in twee jeeps en op verschillende motors. Om 16.00 uur komen we dan eindelijk bij de grens aan met dat belangrijke stukje papier en twaalf trots lachende politiemannen, alsof zij net persoonlijk voor onze doorgang hebben gezorgd. We willen zo snel mogelijk door, want over anderhalf uur is het weer donker! Maar zelfs nu we de brief hebben mogen we niet direct door: we moeten wachten op een bevestigend telefoontje dat eerst moet worden gepleegd. Poehee, wat houden die Pakistani van bureaucratie, belangrijk doen en beslissingen afschuiven. Roderick converseert gezellig met de plaatselijke “dorpsgek”, terwijl de rest van de mannen uit het dorp zich om hen heen verzamelt. Hij neemt een lekkere slok water van één van de vieze flessen die hij aangeboden krijgt, de gevolgen zullen later komen…

Als het bijna donker is komt het verlossende woord: we mogen door! De escorte bestaat deze keer uit een motortje met twee gewapende mannen erop. De weg is behoorlijk bergachtig en stukken slechter dan gehoopt. Als de weg na een tijdje nog slechter wordt, houdt de escorte het voor gezien en rijden we weer alleen verder richting de stad D.G. Khan. Doordat het zo goed als volle maan is, zien we dat de omgeving echt super mooi is: overal bergen en het landschap is nu echt groen. Jammer dat we deze pass niet overdag rijden. De reden dat we toestemming nodig hebben om hier te rijden en waarschijnlijk ook waarom we pas in het donker mochten vertrekken, is dat in dit gebied alle kernreactors van Pakistan zijn gevestigd: een gevoelig onderwerp. Pakistan heeft zeer snel zijn eerste kernbom weten te ontwikkelen: een doel dat de overheid ten koste van het onderwijs, infrastructuur en het voedsel voor zijn eigen inwoners heeft weten te behalen. Over de 80 kilometer naar D.G. Khan doen we uiteindelijk nog wel ruim twee uren. Als we daar rond 20.00 uur aankomen en eindelijk een rustplekje denken te vinden na deze lange dag, maken de militairen ons duidelijk dat we daar echt niet kunnen blijven: niet veilig genoeg. We proberen, proberen, proberen, maar ze zijn onverbiddelijk, we moeten door! Dat betekent dat we nog 130 kilometer verder moeten. We zijn moe en gaar, maar er zit niets anders op. Ik voer Roderick nootjes, snickers en cola, zodat we de laatste uren veilig verder kunnen rijden. Ondanks het donker zien we dat het gebied om ons heen zwaar is getroffen door de overstromingen: huizen zijn half vergaan, sommigen alweer opgebouwd en er lijken nog grote delen water of modder te liggen. In het donker is moeilijk in te schatten hoe groot de impact is geweest, maar het is naar om te zien. Nu we in Punjab zijn krijgen we opeens een serieuze escorte: een pick-up met achterin twee, soms vier gewapende mannen die ons goed in de gaten houden. De escortes wisselen elkaar super efficient af: de ene auto staat langs de weg te wachten, ziet ons van verre aankomen en rijdt vervolgens met ons mee, terwijl de vorige afscheid neemt. Als we even stilstaan om op de Engelsen te wachten springen er meteen vier gewapende mannen uit de Pick-up: “Is there a problem?”. Geen kopjes chay, geen registratie in boeken. Wat een wereld van verschil met Baluchistan. Het landschap is nu ook echt groen en de dorpjes hebben electra, waardoor de bewoonde wereld elke keer al vanaf verre zichtbaar is. Uiteindelijk bereiken we de stad Multan met zijn 2 tot 3 miljoen inwoners laat in de avond. De stad is omringd door politieposten en barrières en het lijkt erop dat ze de stad elk moment hermetisch kunnen afsluiten voor de buitenwereld. Door de elitecorps van de politie worden we de stad in begeleid tegen middernacht. Ze vragen hoelang we in Multan willen blijven en als we aangeven dat dat slechts één nacht is, mogen we die nacht slapen op het hoofdbureau van de politie: een groot terrein waar onder andere de officier woont en een heleboel belangrijke gebouwen zitten. Een erg veilige plek dus! Ondanks dat worden we die nacht bewaakt door een politieman die op een krukje met geladen geweer tussen onze bussen in zit. Als we uit de bus gaan om naar de wc te gaan staat hij op en salueert hij naar ons. Bizarre situatie. Op onze zesde dag in Pakistan willen we toch eindelijk wel eens zonder bus het land zien. Als we met de politiemannen praten, zeggen ze in eerste instantie dat het niet mogelijk is om Multan in te gaan. Even later staan er opeens zes mannen van het elitecorps voor ons klaar: hun taak is normaal gesproken om staatshoofden, rechters en andere belangrijke mensen te begeleiden. Vandaag worden ze echter ingezet voor onze veiligheid en mogen we Multan gaan bezoeken. We voelen ons net celebreties! Wat willen we doen? Groente halen, brood halen en natuurlijk wat van Multan zien. Multan is de oudste stad van het Indiase subcontinent, dus zeker wel een bezoekje waard! Als we de stad inrijden zien we borden voor de KFC en de Subway, wie had deze Amerikaanse ketens hier verwacht?

Maar ook de nodige chaos in het verkeer, arme mensen die tenten hebben gebouwd van alles dat ze hebben kunnen vinden in het vuilnis, dat op sommige plekken op grote hopen ligt verzameld. We pinnen en halen groente op een markt vol met de beste groenten die we in tijden hebben gezien. Wij hadden gehoord dat door de overstromingen op het moment grote voedseltekorten zouden zijn, maar op deze markt is daar weinig van te merken. Voor 2,50 euro halen we grote zakken vol. Als we brood gaan halen, horen we muziek. Een bruiloft, zegt één van onze mannen. Willen we daarheen? Geen probleem. Met zes gewapende mannen en vijf rare westerlingen komen we de bruiloftstent binnen. In de tent staat een groep Pakistani met een soort van schotse rokken en doedelzakken. De dirigent zwaait met zijn stok, maar het lijkt meer of hij aan martial arts doet dan dat ie de groep dirigeert. Ze doen super hun best en ik besef opeens heel even hoe bijzonder het is dat we hier helemaal zijn. Krijg er tranen van in mijn ogen!

Dan gaan we verder naar de oude stad, gebouwd op een heuvel. We bezoeken een moslim shrine en bekijken het uitzicht over de stad. Opeens staan er vier bekenden naast ons: de Oostenrijkers die we al ontmoet hebben in Tehran. Grappig om ze net hier te zien! Zij hebben een andere route genomen: die via de stad Sukkur. Ze hebben geen problemen gehad met NOC-brieven en hebben zelfs regelmatig de toerist uitgehangen.. wat een verschil! Na ons bezoek aan de stad eten we met onze beveiliging in een restaurant en daarna worden we door hen gebracht naar een alcoholshop ergens in een kelder, waar we onze lang over gedroomde biertjes kunnen halen. Deze winkel is officieel alleen bedoeld voor niet-moslims en je ziet heel wat mensen dan ook verschrikt opkijken als eropeens zes politieagenten binnenstappen. De biertjes zijn niet goedkoop hier: 2,80 euro voor een halve liter! Maar we kunnen ze niet laten staan en zijn al aan het fantaseren over het moment dat we ze openmaken op het grasveld van het hoofdpolitiebureau. Als we daar terugkomen staat de officier ons echter al op te wachten: “This is not a campground!” zegt hij nors, en we worden dringend verzocht om naar een hotel te gaan. Ok, dat wordt dus één nachtje hotel. De politie gaat op zoek naar een goedkope maar veilige optie voor ons. Die vinden ze vrij snel en. Als we daar een uur later zijn geinstalleerd en ons biertje willen opentrekken, komt de politie vertellen dat het hier toch niet veilig is en dat we moeten verplaatsen naar een ander hotel. Pff… we balen, we willen rust! Uiteindelijk belanden we in een minder mooi en duurder hotel, dat wel aan de veiligheidseisen van de politie voldoet. Daar genieten van ons eerste biertje sinds lange, lange tijd. Heerlijk! Roomservice, even echt vakantie.

Op onze zevende dag in Pakistan gaan we richting Lahore. De escortes werken weer superefficiënt en we zijn zowaar voor het donker in Lahore. Net voor de stad komt er een einde aan de escorte die ons over meer dan 2.000 kilometer heeft begeleid over de Pakistaanse wegen. Daar staan we dan voor Lahore: een stad van 20 miljoen inwoners, chaotisch en wij hebben alleen een A4 kaartje van heel Pakistan waar net de acht grootste steden van Pakistan op zijn aangegeven. Waar zullen we heen rijden? We hebben geen idee. We rijden de stad in en stoppen bij een gebied dat er veilig en rijk uitziet. Bij een soort van universiteit vragen we de bewaking of wij op hun terrein een nachtje zouden kunnen parkeren. Een Pakistaanse jongeman die helpt vertalen heeft een beter idee: we komen gewoon mee naar zijn huis en daar is zeker een veilige parkeerplaats te vinden. Met onze twee busjes volgen wij zijn scooter naar een buitenwijk van het drukke Lahore. Voor zijn huis parkeren we de bus en we worden binnengelaten in een klein halletje waar we moeten wachten. Binnen is het hele huis in rep en roer: er wordt geveegd, meubels worden verplaatst en de tv wordt ons kamertje binnengebracht zodat we wat afleiding hebben. We voelen ons erg ongemakkelijk dat ze dat nu allemaal voor ons aan het doen zijn. Na driekwartier worden we binnengelaten in het huis en volgt een warme begroeting van zijn zus en moeder. We worden in de woonkamer gezet en de rest van de familie laat ons steeds alleen.

Wicky vertelt dat hij 26 is en zorgt voor zijn moeder, zus en het kindje van zijn zus. Zijn vader is er een paar jaar geleden vandoor gegaan met een meisje van dezelfde leeftijd als Wicky. De hele familie heeft hem daarna nooit meer gezien. Voor Wicky betekende dit vertrek een grote verandering: hij moest zijn studie stop zetten om geld te gaan verdienen om zijn familie te kunnen onderhouden en zijn gearrangeerde huwelijk werd afgeblazen door de ouders van de bruid, omdat ze hem na de daad van zijn vader ook niet meer vertrouwden. Een nieuw meisje dat hij via internet heeft ontmoet, mag van haar ouders alleen met hem trouwen als hij binnen een jaar een huis voor haar bouwt. Maar hoe is dat mogelijk als hij het weinige geld dat hij verdient moet reserveren voor het onderhoud van de familie? De moeder van Wicky staat ondertussen uren in de keuken om een lekkere maaltijd voor ons te maken. Als die wordt geserveerd en wij er van uitgaan dat we eindelijk wel gezellig met z’n allen bij elkaar gaan zitten, worden wij weer alleen gelaten en is al dat heerlijke eten alleen voor ons. Het toppunt van vriendelijkheid en respect voor je gasten in hun ogen, maar voor ons best wel ongemakkelijk. Maar het eten is heerlijk en wij genieten er enorm van. Na het eten komt de hele familie van Wicky op bezoek en weer zitten zij apart van ons. Later komen de mannen toch nog bij ons in de kamer zitten. De verhoudingen zijn vrij traditioneel: Vanessa en ik worden eerst compleet genegeerd. Als de familie een beetje loskomt worden er hele fotosessies gehouden. Daarna is het bedtijd en worden wij verzocht om vooral in hun huis te gaan slapen. We nestelen ons zelf op de harde bedden, waarbij de matrassen bestaan uit spanbanden. Ondanks dat slapen we goed!

Foto in bed in Lahore

In de ochtend wordt er ontbijt geserveerd: wit westers brood met een eitje. Heel erg lief, maar we eten liever hetzelfde als dat zij in de ochtend eten. Zoveel moeite wordt er voor ons gedaan, we worden echt als speciale gasten behandeld. Omdat dit niet erg gemakkelijk voelt, besluiten we ergens een andere slaapplek te zoeken. Wicky raadt ons uiteindelijk een parkeerplaats aan die zich aan de rand van een park bevindt. Het lijkt of het riool er in een open rivier langsheen stroomt, want het stinkt enorm. De plek schijnt veilig te zijn, dus we besluiten daar te blijven met de twee busjes. Door alle indrukken van de afgelopen dagen zijn we erg moe en voelen we ons niet erg fijn. In een grote stad is het altijd lastig om een relaxt plekje te vinden en zeker in Pakistan is hetvoor ons moeilijk in te schatten of je nu op een goede en veilige plek staat. Bovendien heeft Roderick last van zijn darmen en is hij constant misselijk. Na onze missie om Pakistan veilig door te komen, vallen we even in een gat. We voelen ons raar en ontheemd in deze nieuwe stad, waar we geen enkele informatie over hebben omdat we geen reisgids of plattegrondje hebben.

Ondertussen willen wij in Lahore ons visum gaan verlengen, zodat we op hetzelfde visum over een aantal maanden weer terug naar Nederland kunnen rijden. Ik ga weer voor het eerst sinds bijna twee maanden over straat zonder hoofddoek. Het voelt erg kaal en ik heb steeds het gevoel dat ik iets mis. Ik kan me opeens erg goed voorstellen dat het voor vrouwen die jaren een hoofddoek (moeten) dragen, het gewoon eng is om je zonder hoofddoek op straat te vertonen. Een rare gewaarwording! Met een rickshaw gaan we naar het paspoortbureau, joehoew we zijn in het land van de Rickshaws! In het paspoortbureau zit een blond meisje haar formulieren in te vullen. Stiekum probeer ik te bekijken waar ze vandaan komt en als we een wel heel bekend paspoort zien is het duidelijk: ze komt uit Nederland! Arianne werkt sinds een aantal maanden in Lahore voor Medicin du Monde, een NGO uit Frankrijk. Ze is erg verbaasd dat we gewoon midden in de stad geparkeerd staan en nodigt ons direct uit om naar haar huis te komen waar we de bus in de tuin kunnen parkeren. Wat een super aanbod en wat een timing nu we er net een beetje doorheen zitten. Aan het eind van de middag rijden wij met onze bus en die van de Engelsen naar de tuin van Arianne.

Hun huis bevindt zich in een extra beveilgd deel van Lahore, waar alle internationale bedrijven zijn gevestigd en alle expats en rijke mensen wonen. Als we bij hun huis aankomen wanen we ons even in Europa: een kortgeknipt en groen grasveld en een wit huis, van alle gemakken voorzien: een eigen chauffeur, een kok en schoonmaakster. Wat een paradijs! Maar Roderick wordt ondertussen steeds zieker: koorts, hoofdpijn, misselijk. Heel vervelend, maar wat een geluk dat we nu net hier zijn. Arianne, die ook verpleegster is, adviseert Roderick om wel even naar de dokter te gaan. De volgende dag stappen we in de auto met privéchauffeur, op weg naar de privé kliniek. In de kliniek is een speciale afdeling voor executives, waar buitenlanders ook onder worden gerekend. Het lijkt meer op een hotel dan een ziekenhuis en Roderick wordt heel snel en goed geholpen. Het lijkt erop dat het water dat hij heeft gedronken uit de vieze fles aan de grens tussen Baluchistan en Punjab de boosdoener is. Met de nodige pillen op zak gaan we weer terug naar huis. Een betere plek om weer gezond te worden is er eigenlijk niet: de lunch wordt gekookt voor ons, we kunnen internetten en ’s avonds een filmpje kijken. Ik ga nog een middagje met Martin en Vanessa Lahore in. Lahore is echt de moeite waard: heel anders dan Iran of andere Aziatische steden die ik tot nu toe ken. De architectuur is echt uniek: moskee en paleis van rode stenen die warm kleuren in de zon, heel erg mooi en bijzonder. Roderick wordt weer snel beter. We maken nog één extra dag gebruik van de gastvrijheid van Arianne. Nog een dagje bijkomen, boodschappen halen bij de Carrefour die in Pakistan Hypermarket heet zodat mensen in Frankrijk zich geen zorgen gaan maken als daar een keer een aanslag wordt gepleegd, en de laatste check van de bus en dan zijn we klaar voor ons India avontuur!

Op 27 november gaan we richting de grens met India. Binnen een uur rijden zijn we er al. De Pakistaanse kant van de grens is hypermodern en lijkt meer op een net nieuwe vertrekhal van een luchthaven. Wat een contrast met de grens aan de kant van Iran! Misschien dat Pakistan zich even moet bewijzen tegenover India? India en Pakistan zijn namelijk niet de beste vrienden, terwijl het in principe natuurlijk broers zijn. Tot 1947 waren Pakistan en India één land, maar toen is er besloten om het op te splitsen: een Moslim deel (het huidige Pakistan) en een Hindu deel (het huidige India). Sinds de opsplitsing zijn er de nodige conflicten geweest tussen de beide landen. De grens die wij nu oversteken (de Wagah border) vindt een groteske machtsvertoning plaats tussen beide landen. Als we van de Pakistaanse customs naar de Indiase customs rijden, zien we overal langs de weg tribunes staan. Wij rijden er nu langsheen en hier gaat het eind van de middag gebeuren: de vlag-neerhaal, sluiting-van-de-grens ceremonie. Na een makkelijk grensovergang in India, parkeren we de bus snel voor onze eerste echte India ervaring. Een enorme menigte van Indiase mannen en vrouwen rent richting de tribunes, af en toe netjes in de rij, dan weer allemaal hun eigen weg zoekend door de mensenmassa. Vrouwen zonder hoofddoek, met lange donkere vlechten en luchtige kleding, dat hebben we lang niet gezien! Bij de tribunes zit de stemming er al goed in: er wordt harde muziek gedraaid, gedanst en met veel Indiase vlaggetjes gezwaaid. Wij moeten plaatsnemen tussen de westerse toeristen die voor zich voor hun bezoek aan India even hebben omgeturnd tot tijdelijke hippies: echte kantoormannen lopen opeens met oranje doekjes om hun hoofd. Even wennen om hier opeens tussen te zitten. Om stipt half vijf begint de ceremonie: in perfecte harmonie voeren beide landen een toneelstuk op met veel gemarcheer en getrommel en uitdagende poses op de grenslijn, eindigend met een vriendschappelijk handdruk tussen de militairen van beide landen. Niet zo vijandelijk als je zou denken! Dan gaat de vlag omlaag en zit de ceremonie erop en gaat iedereen weer vrolijk naar huis.

Wij slapen die nacht aan de grens, geen probleem volgens de eigenaar van één van de kleine restaurantjes. Na deze inspannede tocht door Pakistan hebben we zin in iets heel vertrouwds: ons pakje oerhollandse groentensoep wordt voor de gelegenheid opengemaakt.  Voor we gaan slapen horen we echter geweersalvo’s die vanaf de andere kant ook worden beantwoord. We zitten op 200 meter van de grens en vragen ons af of dit nou normaal is? Maken we geschiedenis mee en begint er net een nieuwe oorlog tussen India en Pakistan? Na een half uur stopt het schieten en gaan wij toch maar rustig slapen. De volgende dag horen we van de eigenaar van het restaurantje dat dit nou eenmaal en grensgebied is en dat dit wel vaker voorkomt, niets om je zorgen over te maken. Op naar de eerste stad van India: Amritsar, 30 kilometer hier vandaan. Over goede en nog rustige wegen rijden we door een groen en vlak landschap richting Amritsar. Nadat we 18.000 kilometer hebben gereden, tien landen hebben doorkruist en vier tijdszones zijn doorgereden, wanen ons door het vlakke groene landschap en de goede wegen na 8 maanden bijna even in Nederland.Maar dat zal niet lang meer duren:  als we over een uur in Amritsar aankomen,   zal dat wel helemaal anders zijn. Het was niet niks, maar we hebben India gehaald! We zijn benieuwd wat Incredible India ons gaat brengen!

Bekijk hier alle foto’s van deze “etappe”.

 Copyright © 2010-2015 Roderick Polak & Marleen Laverman – All Rights Reserved

You may also like...

Leave a Reply