Onverwachte ontmoetingen en op naar Iran!

Zoals we de vorige keer vertelden werden we van toerist in Istanbul al een beetje toeristische attractie in midden Turkije. Dit bleek pas een eerste kennismaking te zijn met de super gastvrije en open Turken. De landschappen zijn schitterend, maar vooral de verschillende onverwachte ontmoetingen maken het onvergetelijk. Richting de grens met Iran zijn we steeds meer bezig met de voorbereidingen voor de grensovergang en wat ons daarna te wachten staat.  Spannend, maar we zijn er nu klaar voor!

Voor alle foto’s van deze etape: foto’s

Na 2,5 maand zonder camping moeten we net voor Cappadocia echt electra hebben om de huishoudaccu weer eens goed op te laden en een echte douche kunnen we ook wel gebruiken. Daarom gaan we twee nachten op een soort campinkje bij een restaurant staan waar we even volop gebruik maken van alle voorzieningen, weer wat dingen aan de bus maken en onderhouden en de website updaten.

Als we na deze werkdagen doorrijden naar het hart van Cappadocia, op zoek naar een mooi plekje om te staan, wordt er in een dorpje opeens druk gezwaaid. Dat gebeurt weleens vaker, maar Roderick herkent net op tijd een paar mensen van het festival in Bulgarije. Wat een toeval! Samen met hen en hun vier gigantische trucks vinden we een super mooi plekje tussen de valleien van Cappadocia vol rare rotsachtige torentjes die soms nog bewoond worden. ‘s Avonds muziek, Bulgaarse vodka en een hele grote verkleeddoos ter gelegenheid van twee verjaardagen. Een feestje in dit magische landschap, midden in Turkije. Wie had dat gedacht!

 Als de Fransen met hun trucks een paar dagen later doorrijden naar Libanon, komen twee Spaanse vrienden die we eerder in Istanbul ontmoetten, naar ons toe. Met Marta en Jonathan worden we uitgenodigd om een echt huis in een van de rotsen te bezoeken. Waarom? Zoals de eigenaar zelf zegt: “I like hospitality.” Soms vraag je je als nuchtere Hollander af waarom ze je toch steeds uitnodigen, waarom ze altijd dingen willen geven of waarom je toch steeds Cay (thee) moet komen drinken. Vinden ze dat die gastvrijheid hoort? Is het een vorm van trots? Vinden ze het leuk om mensen te ontmoeten? Of zijn ze er eigenlijk gewoon een beetje aan verslaafd? Hoe dan ook.. we hebben samen met de man en zijn vrienden een gezellige avond gehad en een beetje ervaren hoe het is om een “caveman” te zijn zoals ze zelf zeggen.

 

Als we van Cappadocia verder rijden zien we steeds minder vrouwen: ze werken niet in winkels, niet in de keukens van restaurants, drinken geen thee in de theehuizen.. waar zijn de vrouwen dan? Waarschijnlijk vooral thuis en je ziet ze wel veel zwaar werk doen op het land. Met name in de steden is er de afgelopen tien jaar veel veranderd in de positie van de vrouw, maar op het platteland en in de dorpen nog zeker niet. Onderweg zien we ook veel nomaden die leven in tenten en ook schaapsherders met grote kuddes schapen.

We komen bij een klein dorpje waar men geen auto heeft maar een tractor, de koeien onder het huis staan en de mensen koken op houtvuur met daarop grote pannen. Zo anders en zo cool dat we daar nu zelf naartoe zijn gereden met ons bussie! Voor we het weten kennen we het halve dorp: een rondleiding van de man van de moskee, siroop en sap gekregen van de familie die druk is met de net geoogste druiven en pompoenen en de meisjes die met mij op de foto willen.

En zelfs in dit traditionele dorpje is de internet revolutie doorgedrongen, want zelfs deze jonge meisjes hebben een e-mailadres. Ze willen via internet chatten, ben benieuwd hoe we dat gaan doen aangezien we zelfs face-to-face nauwelijks kunnen communiceren. Als we weer terug zijn in de bus komen de meisjes hijgend aangerend om ons ingredienten te geven voor een heerlijke Turkse maaltijd: ei met ui en tomaat en veel groene peper. Super lief! Maar wat doe je met al die gastvrijheid en vrijgevigheid? Iets Nederlands teruggeven? Nee, in dropjes zit gelatine, dus niet echt moslimproof.. Dan maar gewoon heel dankbaar zijn!

Nu we verder naar het Oosten komen is steeds vaker een van de eerste vragen of we getrouwd zijn. Tja.. wat zeg je daarop… dat zijn we natuurlijk niet, maar wel al acht jaar samen. Als we nee zeggen begrijpen ze daar niks van en als we ja zeggen wordt er gevraagd naar onze ringen. Ik kan wel een ring laten zien, maar Roderick niet. Dat levert dan ook weer verwarde blikken op. Een andere vraag die we steeds meer krijgen is waar we in geloven. Ons nieuwe antwoord daarop: ” In een goed hart.” Dat levert tot nu toe tevreden gezichten op. Ik hoop dat dat in Iran ook gaat werken.

 Na al die leuke ontmoetingen zijn we toe aan even helemaal geen mensen zien. We hebben de hele dag gereden en vinden een plekje aan de rand van een dorpje.

Als Roderick even checkt of het geen probleem is dat we daar staan wordt meteen duidelijk gemaakt dat in het dorp ene Ahmet woont die 20 jaar in Nederland heeft gewoond. We vermoeden dat we die avond nog wel een bezoekje kunnen verwachten. Het eerste bezoek van de avond is de overbuurman die even zeker wil weten of we geen honger hebben en niet willen eten. Nee hoor, we hebben net gegeten, bedankt! Even later komt hij terug met een watermeloen, hmm lekker. Nog geen tien minuten later staan er drie mannen naast de bus. Roderick weer naar buiten (kijk, dat is dan weer het voordeel van die mannencultuur dat dit soort dingen mannentaken zijn) waar hij streng wordt toegesproken. De man blijkt Frans te spreken en wel even zeker weten dat we “Rien de probleme” hebben. Hij heeft de politieagent van het dorp meegenomen. Later horen we dat deze die nacht nog twee keer een ronde langs onze bus heeft gedaan.

Daarna komt er een auto aangereden. Een oude Turkse man met stok stapt uit, gevolgd door zoon en kleinzoon. Er wordt aan de deur geklopt en als we open doen klinkt er in het Nederlands met Gronings accent: “Goed’navond Jong!” Roderick wordt begroet als een verloren zoon. Ahmet, die 20 jaar in Nederland woonde en inmiddels alweer 18 jaar terug is in Turkije, is heel blij om ons te zien. “Het lijkt wel een droom”, zegt hij. Zijn zoon is de burgemeester van het dorp en we moeten de volgende ochtend zeker op bezoek komen om cay te drinken. We spreken om 9.30 uur af. De volgende ochtend staat Ahmet een uur eerder al voor de deur om ons mee te nemen. Hij was vast bang dat we weg zouden gaan. Ahmet woont met het gezin van zijn zoon de burgemeester gezellig in 1 complex met binnenplaats. We zitten in de woonkamer terwijl Ahmet doorratelt over zijn 22 jaar in Nederland, Veendam. Ik denk dat Ahmet een schoolvoorbeeld was van wat de Nederlandse regering voor ogen had in de jaren ’60. Hij was goed geintegreerd in de Nederlandse samenleving, zijn familie bleef in Turkije wonen, hij heeft 22 jaar hard gewerkt en keerde daarna terug naar Turkije. In de keuken zijn de vrouwen bezig met de voorbereiding van het ontbijt. Daarna wordt het geruisloos op tafel gezet en dan schuiven de mannen en ik aan. Raar zo zonder de vrouwen!

 We moeten vooral heel veel eten, maar het is heerlijk. Ahmet vindt alles “heel gezellig” en “heel mooi” en zegt dat we erg moeten oppassen in Turkije omdat het zeer gevaarlijk is. We hebben geluk dat we in zijn dorp zijn terecht gekomen, want anders…Na twee uren gaan we weer verder en dan zien we toch nog even de vrouw van Ahmet. Die is druk aan het werk en krijgt nu ook een ontbijtje voorgeschoteld. Gelukkig.

 De mensen die we ontmoeten in Turkije waren tot op dat moment vooral de mensen uit de kleine dorpen, maar we zijn ook benieuwd naar de Turkse steden en dan vooral naar de jongeren. Daarom gaan we naar Malatya: een stad van 400.000 inwoners, waaronder veel studenten. Ze zijn daar duidelijk niet gewend aan toeristen: als we over straat lopen worden we constant aangestaard en een enkeling kan zijn verbazing helemaal niet onderdrukken en roept: ” Ah tourist!” De eerste student die we ontmoeten blijkt toerisme te studeren en wil ons een rondleiding door Malatya geven. Hij stelt snel een programma samen, of we willen of niet. Soms worden we toch wat achterdochtig… waarom heeft hij opeens de hele middag tijd voor ons? Waarom vraagt hij of we een camera hebben? Is het niet heel toevallig dat deze gratis tour precies bij onze bus eindigt? En waarom vraagt hij daar dan of we wel een pistool hebben? Uiteindelijk blijkt er toch weer niets aan de hand te zijn en is het gewoon een vriendelijke jongen die het leuk vindt om toeristen te onmoeten. Veel van ons ongemakkelijke gevoel wordt veroorzaakt door communicatieproblemen en cultuurverschillen.

In Malatya zien we super veel jongeren op straat. Heel Turkije heeft trouwens een hele jonge en snel groeiende bevolking. De bevolking is in 60 jaar tijd bijna verviervoudigd: van 20 miljoen in 1950 naar 78 miljoen in 2010. Ook economisch gezien heeft Turkije zich de afgelopen tien jaar enorm ontwikkeld. Dat zie je ook terug aan de vele bouwprojecten en de grote infrastructurele verbeteringen die worden doorgevoerd. De bevolking is vol verwachting over wat hen nog allemaal te wachten staat in positieve zin. Aan de andere kant worden we door zowel jongeren als ouderen constant gewaarschuwd voor de onveiligheid in Turkije. Ze zeggen allemaal: “Turkije is een goed land, er wonen alleen wat slechte mensen.” We moeten heel goed oppassen. Sommigen gaan zelfs zover dat ze ons aanbevelen om niet met mensen te spreken op straat. Dat terwijl wij juist hele goede ervaringen hebben met de mensen die we ontmoeten. Het lijkt erop of ze iedereen slecht vinden, behalve zichzelf en hun familie. Wie maakt hen zo (onnodig) bang? Lezen ze te veel de Turkse Telegraaf? Is het de moskee of de regering? Er lijkt een verband te zijn tussen de sympathie voor de huidige regering, waarvan de aanhang vaak bestaat uit de islamitische middenklasse, en de angst. Hoe het precies zit weten we niet. We zullen voorzichtig zijn, maar ontmoetingen zeker niet uit de weggaan. Dat is waarvoor we hier zijn!

Ons gevoel van onveiligheid wordt wel wat groter nu we door rijden richting de grens met Iran. We rijden in koerdisch gebied en dat is te merken aan de militaire voertuigen op de weg en de miltaire posten die je overal ziet in het verder lege en ruige berglandschap.

 In een dorpje zien we zelfs een pantservoertuig waarop soldaten zitten die ontspannen een praatje maken met kinderen uit het dorp. Net een oorlogsbeeld. Het voelt allemaal een beetje vreemd en we vragen ons af of al die militaire aanwezigheid nou echt noodzakelijk is. Net op dat moment komt op een parkeerplaats langs de weg iemand vrolijk “hallo” zeggen. Hoe toevallig: een Nederlands, Koerdische man! Waar hij woont? In Utrecht! Blijkt de eigenaar te zijn van shoarmatent Helal op de kanaalstraat, waar wij ook weleens een nachtelijk broodje hebben gehaald. Hij legt ons uit dat de militairen er zijn ter bescherming van de mensen, maar dat het de laatste jaren erg rustg is. Fijn om te horen. Als je de miltairen in de dorpen ziet lijkt het er ook op of de mensen er volledig aan gewend zijn. De situatie van de Koerden is de laatste jaren verbeterd: zij kunnen meer hun eigen cultuur beleven. Maar de regering herkend hen nog steeds niet als Koerd, nee het zijn gewoon “Bergturken” volgens hen. Apart!

 ‘s Avonds denken we nog wel even door te rijden naar het volgende grotere dorp, maar dan wordt het opeens al vroeg donker en veranderen de normaal zo goede Turkse wegen in zandwegen met enorme stofwolken daarboven vanwege de droogte. En dat voor 100 kilometer lang. Dan duurt het bereiken van het volgende dorpje in dit niet zo veilige gebied voor je gevoel opeens wel heel erg lang.. Als we het dorpje dan eindelijk bereiken voelt het niet erg veilig aan. In het donker is het nooit echt lekker aankomen. Gelukkig vinden we een politiepost, bemand met fink bewapende politieagenten. Daar brengen we de nacht door. De volgende ochtend worden we onder politiebegeleiding het dorp uitgeleid, dat er opeens een stuk vriendelijker uitziet.

Op 350 kilometer voor de Iraanse grens, in Erzurum, wachten we tot we ons Iraanse visum kunnen ophalen. Ik doe voor het eerst echt mijn hoofddoek om voor de pasfoto die op mijn visum en dus in mijn paspoort komt. Cool!

In Erzurum zijn we stadsnomaden en trekken rond tussen het park van een restaurant, ziekenhuis parkeerplaats en, ongemerkt, een politiewijk vol huizen voor politieagenten en hun familie. We vonden al dat er wel veel hekken om de wijk stonden en dat er erg veel politieauto’s stonden geparkeerd. Blijkt het dus een complete wijk te zijn voor politieagenten, inclusief supermarkt, winkels en restaurant. Hoezo buiten de maatschappij geplaatst? De politie werd een beetje achterdochtig over onze aanwezigheid: twee Nederlanders in een legerbus.. hmm.. Na een paspoortcontrole en wat vragen krijgen we geen boete, maar worden we onder politie escorte met zwaailicht gebracht naar een betere plek in de stad. De Turkse politie wordt nog eens onze beste vriend!

Het verkrijgen van ons visum gaat minder voorspoedig dan gehoopt. Via een organisatie in Iran hebben we onze authorisatiecode voor het ophalen van het visum binnen. Nadat dit al langer duurde, ontvangen we eindelijk de code per e-mail en we hebben het gevoel dat het visum eigenlijk al binnen is. Op naar het Iraanse consulaat! Dat ziet er minder netjes en georganiseerd uit dan ik me had voorgesteld: we komen binnen in een ruimte die van de buitenwereld is afgesloten door groezelige lamellen, met binnen een heleboel mensen die allemaal op hun visum wachten. De Iraanse medewerkers van het consulaat zijn nauwelijks te zien, doordat ze werken achter spiegelend glas. Als je bukt kan je hen net door een opening in die spiegel aankijken. Slecht nieuws: alhoewel wij de authorisatiecode uit Iran al wel binnen hebben, staat hij bij het consulaat niet in het systeem. Dat blijkt voor meer mensen te gelden. We moeten het over een paar dagen nog maar eens proberen. En dan is ie er “maybe” wel. Pff… Uiteindelijk krijgen we een telefoonnummer waarna we kunnen bellen om het laatste nieuws in de gaten te houden. Na 6 dagen in een regenachtig stadje te staan zijn wij het wel zat en besluiten om maar wat van de omgeving te gaan bekijken. We gaan naar het Noordoosten van Turkije, de Georgische valleien. Een super mooi gebied met rotsen waar we net met de bus tussendoor kunnen rijden.

 Vanaf daar bellen we regelmatig met het consulaat. Nadat we al vijf keer aan de telefoon hebben gehangen oefent Roderick wat druk uit en dat blijkt uiteindelijk goed te werken! Nog geen twee uren later worden we gebeld dat we onze visa kunnen ophalen! We scheuren terug door de valleien en zijn net voor sluitingstijd bij het consulaat. Leuke plek om te zijn, want we ontmoeten nu eindelijk steeds meer mensen die dezelfde plannen hebben. Spanjaarden die met een Renault Scenic dezelfde route willen doen, een Pool die het liftend doet en een Zwitsers stel dat het op de fiets doet… Poeh, zijn wij toch wel erg blij met onze luxe bus! Nog een dagje wachten in Erzurum en dan kunnen we na 10 dagen eindelijk ons paspoort met visum ophalen! Woehoew! We kunnen Iran in!

 Nu het zo dichtbij komt, wordt het wel steeds spannender. Hoe zal de situatie zijn? Als je sommigen berichtgeving op internet mag geloven is wordt het regime steeds strenger. Zijn de mensen echt zo aardig als iedereen zegt? Kunnen we ons wel redden zonder dat we Farsi spreken en nu de geschreven taal echt onleesbaar wordt voor ons? Bovendien horen we dat Iran sinds kort een dieselkaart heeft ingesteld. Waar wij gerekend hebben op supergoedkope diesel van 3 cent/liter (ja, je leest het goed), schijn je nu aan de grens een soort prepaid kaarten te moeten kopen waarmee de diesel voor toeristen soms wel 1 euro per liter kan zijn. En als we in Iran 4.000 kilometer moeten afleggen, gaat dat niet lukken binnen ons budget. Na heel wat zoektochten op internet, lijkt het erop dat je de kaart ook kan weigeren of kan onderhandelen over de prijs waardoor je een veel goedkopere deal hebt. Volgens anderen heb je weer Iraanse kentekenplaten nodig en bovendien houdt onze goede camperverzekering sowieso op. We hopen dat de grensovergang goed zal verlopen!

Eindelijk zijn we weer onderweg! Van Erzurum rijden we naar Dogubayazit, een echte Koerdische plaats aan de voet van de Ararat, met 5.137 meter de hoogste berg van Centraal Azie, waar schijnt de Ark van Noach te liggen.

 We zorgen dat we genoeg euro’s hebben voor ons verblijf in Iran, aangezien het niet mogelijk is om in Iran op welke wijze dan ook geld op te nemen. Door restricties op het bankverkeer werken pinpassen, creditcards en traveller cheques daar niet. Ik heb na, veel moeite, een shirt gevonden dat als een mooie jutenzak mijn lichaam verhult. En de bus hebben we een vriendelijker uiterlijk gegeven door stickers te laten maken met een vrolijke wereldbol en een poster met ” Home sweet home” (bedankt Thijs!) achter de ramen. Nu is het echt duidelijk: ” We come in peace”. Nog 35 kilometer te gaan en dan gaan we de grens over! De communicatie via internet zal dan wat lastiger worden: Skype is geblokkeerd, evenals Facebook, maar onze mail lijkt gewoon te moeten werken. En hopelijk kunnen we de website zonder problemen updaten. Wij zijn er klaar voor, tot in Iran!

 Voor alle foto’s van deze en andere etape’s klik: hier

 Copyright © 2010-2015 Roderick Polak & Marleen Laverman – All Rights Reserved

You may also like...

Leave a Reply