Iran: Don’t believe the news!

Toch wel een beetje nerveus rijden we richting de grens van het land waar we het meest over gelezen hebben en waar vrienden en familie de meeste bedenkingen over hadden: Iran. De meeste beelden die je op TV ziet laten een radicale premier zien die op zijn zachtst uitgedrukt anti-Amerikaans is, de confrontatie zoekt met Israel en die in het geheim druk bezig is met de ontwikkeling van een atoombom. Vrouwen dragen burka’s en mannen zijn terroristen met lange baarden. Maar de boeken en reisverslagen die wij hebben gelezen laten een veel positiever en genuanceerde beeld zien. Hoe zal het daar echt zijn? Zijn het niet vooral de denkbeelden van de regering die wij zien? Hoe zijn de Iraanse mensen? In Turkije worden de laatste stempels in ons paspoort gezet. Daarna rijden we onder toeziend oog van de religieuze leiders Khomeini en Khamenei op 12 oktober de grenszone van Iran binnen. Mijn hoofddoek is op, onze portemonnees zitten vol met euro’s – omdat je in Iran vanwege de internationale boycot van het bankverkeer geen geld kan halen – en het avontuur kan beginnen!

 Bekijk hier alle foto’s van deze etape: foto’s

Een heel groot voordeel van dit olierijke land is dat de diesel erg goedkoop schijnt te zijn. Dat komt goed uit, want de dieselkosten hakken wel flink in ons budget. Twee weken eerder zijn we er alleen achtergekomen dat er aan de grens een dieselkaart moet worden gekocht. Die kaart kan tot 1.500 euro kosten! Dag goedkope diesel… We hebben gelezen dat er te onderhandelen valt over de prijs van de dieselkaart. Voor ons als Nederlanders erg apart; onderhandelen met de overheid over je belasting? We parkeren de bus en moeten dan mee naar het Tourist Information office van Iran. Dat is toerist-vriendelijk denk je, maar we worden uitgehoord over onze bestemming en ondertussen staat er een brede man met kaal hoofd mee te luisteren. Om de kosten van de dieselkaart laag te houden, vertellen we ook hier al dat we alleen naar Tehran gaan en dan weer terug naar Turkije. We hopen dat ze dit geloven, want een paar pagina’s verder in ons paspoort prijkt het het bladzijde grote visum voor Pakistan. Maar bij de verschillende controles van onze paspoorten wordt dat visum gelukkig niet opgemerkt! De controles gaan snel en soepel. Vervolgens worden de documenten van onze bus (Carnet de passage) gecontroleerd. Na een korte blik op de bus, die volgens de papieren zandkleur is, maar nooit is geschilderd dus toch nog camouflage is, volgen er stempels, nog meer papieren en dan is alles prima. Dit gaat makkelijker dan verwacht! Nog 1 stempel op een papier en dan zijn we klaar. We rijden door richting de poort om echt Iran binnen te gaan. Even word ik blij en denk ik dat we alle moeilijkheden waar we overgelezen hadden gepasseerd zijn. Maar net voor de echte ingang worden we van de weggehaald. We moeten mee naar een piepklein kantoortje. Waar rijden we op? Diesel? Dan moeten we hier een kaart kopen. En raad eens wie er in dat kleine kantoortje zit? De brede kale man die mee stond te luisteren bij de Tourist Information. We zeggen dat we alleen naar Tehran gaan. Ze rekeningen even wat uit en zeggen dan dat ons dat 600 euro gaat kosten. Wat?! Dat kunnen we echt niet betalen zeggen we. Er wordt wat onderhandeld en dan komen ze met een aanbod van 400 euro. Nog steeds veelste veel.. we hebben het idee dat we niet met de officiele mensen aan het praten zijn nu, maar met een stel afzetters. We vragen waar we heen moeten om dit officieel te regelen. Het rode gebouw, zeggen ze. Ok, dan gaan we het daar wel even zelf regelen. Als we daaraan komen staat er een lange rij met voornamelijk Turkse vrachtwagenchauffeurs, waar de spanningen flink oplopen. Opeens komt een van de afzetters het gebouw binnen, dringt naar voren en geeft een briefje aan de beambte. Als wij later aan de beurt zijn, blijkt daarop te staan dat we een vrachtwagen hebben en dan we naar Esfahan gaan, een stuk verder dan Tehran. Wat een eikels! Van de beambte krijgen we daardoor een prijs van 400 euro voor dat kleine stukje.. Pff… Mensen proberen ons te helpen, maar dat lukt niet helemaal. Dan wordt er andere hulp ingeschakeld en opeens staat onze bekende brede kale “vriend” weer voor ons. Daag…. ik moet maar bij de bus blijven en ben super geirriteerd door de hele situatie. Door mijn hoofddoek heb ik het gevoel heb dat ik mijn hoofd niet meer normaal kan bewegen en rondloop alsof ik een whiplash heb en ook nog eens in de bus moet gaan zitten omdat ik een vrouw ben?! Roderick onderhandelt vervolgens druk verder. De afzetters geven een laatste deal van 200 euro, maar wij weigeren weer. We moeten het nu dus weer zelf proberen via de officiele weg. Dan moeten we bij de afzetters op de brief laten veranderen dat we geen vrachtwagen maar taxi zijn en dat we naar Tehran gaan in plaats van Esfahan. Als we terugkomen in het rode gebouw krijgen we van een gefrustreerde beambte uiteindelijk een kaart voor 211 euro en een permissie om 300 liter diesel te tanken in Iran. Dan moeten we oprotten en geld bij de bank storten. De beambte wil nog wat geld voor zijn verdiensten, maar we doen alsof we hem niet begrijpen en gaan weg. Na 6 uren ontzettend veel grensgedoe zitten we super gaar in de bus. Hebben we het nu goed gedaan? Het voelt niet echt als een warm welkom in Iran… Doodop blijven we een nachtje aan de grens slapen, zodat we de volgende dag met frisse moed verder kunnen.

Met nog een beetje een kater van de grens, rijden we Iran binnen. De afzetters maken ons nog even lachend duidelijk dat we nu dus lekker niet verder dan Tehran kunnen komen. Nou we zullen wel zien.. We rijden richting Tabriz, de eerste serieuze stad op onze route. We willen daar een verzekering regelen voor de bus, want sinds we de grens zijn gepasseerd rijden we verzekeringsloos. We hadden al veel over het verkeer gehoord, maar de verhalen blijken niet overdreven te zijn. Het verkeer is chaotisch, druk en mensen rijden ondanks dat toch best hard. Als je een afslag op de snelweg mist, rijd je gewoon even 40 km per uur achteruit, als je zin hebt in thee, dan zet je je auto langs de kant en ga je even thee zetten en de wegmarkeringen lijken voor niks op de weg te zitten.

Net voor Tabriz, een stad van 1,5 miljoen mensen, wordt het super druk. We hebben geen kaart van Iran, onze routenavigatie werkt niet voor Iran en we zijn op zoek naar een park waar we kunnen parkeren. Zonder verzekering rijden we over chaotische rotondes en driebaanswegen met onophoudelijke stromen auto’s. Die driebaanswegen moet je oversteken door je auto er gewoon voor te gooien, want stoplichten zijn er niet. Gelukkig zijn we groot! Mensen toeteren om aan te geven dat ze er aankomen en je let vooral op wat er voor je gebeurt, de spiegels zijn meer voor de sier. Maar de agressie is er niet in het verkeer. Bijna aanrijding? Hoort erbij, geen boze gezichten, geen gescheld. Inshallah! Uiteindelijk vinden we het park waar we naar op zoek waren: El Goli! Mooie parkeerplaats, hier en daar een tentje, want de Iraniers zijn dol op kamperen. En dan doen ze op de raarste plekken, zoals midden op rotondes.

Na deze hectische binnenkomst toch maar meteen een rondje door het park lopen. Nog geen tien minuten later ontmoeten we twee studenten die goed Engels spreken en ons graag de stad laten zien. We nemen een bus richting het centrum. In Iran zitten mannen en vrouwen gescheiden in het openbaar vervoer. Roderick stapt voorin met de twee studenten, ik stap achterin in het vrouwengedeelte. En in Iran ben je nooit alleen. De hele weg staan er groepjes vrouwen om me heen die alles willen weten over mij, wat ik van Iran vind, etc.. Een van hen spreekt met een sterk Amerikaans accent. In Amerika geweest? Nee ze kijkt gewoon heel veel Amerikaanse series en films. Via de, illegale, satteliet is hier alles te ontvangen. Als we op straat lopen soms verbaasde gezichten, maar dan meteen een stralende lach. We voelen ons heel welkom hier. En die burka, die zien we dus maar heel weinig. Natuurlijk hebben alle vrouwen een hoofddoek op, maar we zien meisjes met getailleerde jassen, korte rokjes over hun broek, hoofddoeken ver achter op hun hoofd en zelfs twee homo’s die hand in hand lopen en Roderick opvallend nastaren. Wie had dat gedacht! Wat een super leuke eerste echte dag in Iran.

Zelfs in deze stad van 1,5 miljoen zijn er geen uitgaansgelegenheden. Flirten doe je door rondjes te rijden in je auto door de stad, met bluetooth probeer je in contact te komen met het meisje dat thee zag zitten drinken in het park. En verder lijkt shoppen een groter vervanger te zijn van ander entertainment. Winkels te over!

Via een Iraanse vrouw die we ontmoetten in de bus, komen we in contact met haar zoon Ash. Hij woont sinds 11 jaar in Toronto en is voor een aantal weken terug in Tabriz. Zo hebben we opeens een echte vriend in Tabriz. Zijn we nu echt in Iran? Alles voelt zo normaal, dat ik af en toe vergeet dat we echt in Iran zijn. We gaan naar restaurantjes, roken een Qalyan (waterpijp) en we racen in een auto door de stad met een bestuurder die tapijthandelaar is en die tweede was in de highway street races van Tehran… Het verkeer lijkt tot nu toe het gevaarlijkste gedeelte te zijn van Iran!

Maar als we een aantal dagen in Iran zijn, merken we de strenge wetgeving en de controle in het land toch ook. Mensen kunnen niet openlijk zeggen wat ze denken over de regering, dat ze geen moslim meer zijn (want daar staat de doodstraf op), kunnen geen kaartspellen spelen (want dat is gokken) en alcohol is natuurlijk helemaal taboe. Dat vrouwen en mannen echt niet als gelijke worden gezien, merken we ook als we een autoverzekering afsluiten: wanneer we (onverhoopt) een man doodrijden wordt er 9.000 dollar vergoed, voor een vrouw 4.500 dollar. De helft dus! Vrouwen moeten voldoen aan de strenge kledingvoorschriften zie zijn opgelegd door de regering. Er zijn speciale politieeenheden die overtredingen van deze regels bestrijden en dat zijn niet de liefste mannen en vrouwen. Ondanks dat zoeken mensen toch de grenzen op: zijn er vrouwen waarbij hun rode hoofddoek (officieel niet toegestaan) een grote bos haar te voorschijn komt, spreken oude gekke maar intelligente mannen in de metro openlijk hun mening uit over de religieuze leiders en schijnen er in huizen de wildste feesten te worden gevierd. Maar ook van dichtbij merken we dat je toch wel echt moet oppassen. Misschien heb je gehoord over de twee Duitse journalisten die zijn opgepakt omdat ze de zoon van de vrouw die wordt gestenigd wilden spreken? Per toeval ontmoeten wij de man die er voor gezorgd heeft dat zij nu achter tralies zitten. Door een misverstand met hem, hadden wij het gevoel dat wij daarna ook in de gaten werden gehouden. Plotselinge paspoort controlles op de meest vreemde plekken, gerammel aan deuren door politie, etc. Als we thuis zijn volgen de details ;-). Gelukkig hebben we niets te verbergen, maar paranoia word je er wel van!

Na bijna een week in Tabriz zijn we aardig gewend geraakt aan Iran en zijn we de drukke stad wel even zat. Tijd voor natuur. We gaan richting het noorden, de bergen in. Tanken is in Iran elke keer een feest. Want je tank volgooien, één euro betalen en dan wisselgeld krijgen.. dat maak je gewoon nergens anders op de wereld mee! In Turkije kostte ons dat nog 90 euro. Geen wonder dat er veel gesmokkeld wordt tussen die twee landen. Soms is de diesel in Iran zelfs gratis. Als we bij een tankstation aankomen, blijkt dit alleen voor bezine te zijn. Er staat toevallig wel een trucker een lamp te verwisselen. Hij wil onze tank wel even vullen. Met de diesel uit zijn eigen tank! Dus diesel wordt overgeheveld in jerrycans en dan in onze tank gegooid. Als ze zien dat we ook nog twee jerrycans hebben, dan moeten die ook van het dak en vol. Als we daarna geld willen geven, willen ze dat absoluut niet van ons aannemen. We weten dat we dat drie keer vol overgave moeten aanbieden. Pas als de aanbieder daarna nog steeds geen geld wil, kan je er vanuit gaan dat ie ook echt geen geld hoeft. Deze regel geldt in heel Iran, het is een goed gebruik dat Ta’rof wordt genoemd, maar dat voor ons toch wel ingewikkeld is. Gewoon zeggen wat je bedoelt is in onze ogen toch wat duidelijker. Maar goed, we hebben dus 90 liter gratis diesel! Het enige wat de trucker wil is dat de sticker van zijn lokale voetbalclub op ons raam wordt geplakt. En een foto natuurlijk. Echt zo super aardig!

Na eindelijk weer een een hike in de bergen rijden we door naar dorpje Masuleh. Een dorpje dat tegen de heuvel is opgebouwd en waar het dak van het ene huis, de tuin is van het andere. We willen via de dirt road van zo’n 60 km naar dit dorpje. Maar de Iraniers die we onderweg tegenkomen zijn het daar allemaal niet mee eens. Dat kan niet met onze bus..we hebben veel betere wegen naar dat dorpje..,etc.. In het laatste dorp voordat we de dirt road op willen wordt druk gediscussieerd tussen verschillende dorpelingen of we nu wel of niet kunnen gaan. Uiteindelijk zijn ze akkoord, “we mogen gaan”! Het landschap is droog en bergachtig en af en toe komen we een super klein van modder gebouwd dorpje tegen. Zo mooi dat die dorpjes exact dezelfde kleur als de omgeving hebben.

Als we daarna de bergen plosteling groen zien worden en de wolken in het dal zien liggen, naderen we Masuleh. We rijden door de wolken naar beneden wanneer een oude man met groot kapmes ons stopt. Hij wil graag meerijden, dus ik open de deur en hij stapt in. Dan kijkt ie eerst mij raar aan, vervolgens kijkt ie ongelovig de bus rond en ik wijs hem de plaats naast Roderick. We leggen uit dat we uit Nederland komen en hij kijkt vervolgens nog vreemder. De hele 10 minuten dat hij in de bus zit bekijkt hij Roderick van top tot teen. Als hij uit wil stappen vraagt ie wanneer we weer naar boven rijden en wil betalen. Dan begrijpen we het opeens: hij dacht vast dat we een public minubus waren! Die zijn in Iran hetzelfde type als onze bus: vaak een mercedes 308 of 508. Een minibus met huis erin, helemaal uit Nederland… hij dacht vast dat ie gek aan het worden was.

Masuleh is een mistig dorpje in het groen met een kleine bazaar, heel veel kleuren en leuke restaurantjes met terrassen. Wat een backpackers walhallah zou dit zijn geweest als Iran niet zo slecht bekend stond! In Masuleh staat er ‘s avonds opeens een Engels Volkswagenbusje naast ons. Daarin zitten Martin, Vanessa en hun dochtertje van twee: Meilin. Ze zijn op weg van Engeland naar Ecuador, met een beetje een omweg via Australie. Met hun gaan we een aantal dagen samen op pad naar een meer in Alamut Valley, in de bergen richting Tehran. Op de lange slingerweg naar het meer die veel langer duurt dan we hadden gepland, krijgen de Engelsen opeens een zwabberende bus. Als ze stoppen zien ze dat vier van de vijf bouten van hun wiel zijn verdwenen! Wat een geluk dat hij er nog opzit! Samen met een Iraanse man vinden ze alle vier de bouten weer terug. Als het donker is komen we eindelijk aan bij het meer. Dan zitten we lekker bij het kampvuurtje, aan het meer, onder de sterren, in Iran. Het blijft apart!

Na het opladen in de natuur zijn we klaar voor Tehran. Een stad van 20 miljoen mensen, voor mij vooral bekend van de demonstraties op TV. En vanwege het chaotische verkeer. We willen daarom niet echt met de bus de stad in en parkeren bij de Holy Shrine van Imam Khomeini. Dit is een enorm bouwwerk waarin zijn lichaam ligt begraven en waar jaarlijks miljoenen pelgrims naartoe komen. Wij zijn niet bepaald fans, maar wel opportunistisch genoeg om gebruik te maken van de parkeergelegenheid. De parkeerplaats wordt gebruikt voor pelgrims om hun tent neer te zetten en er wordt overal gekookt, gewassen, chai gedronken.. het doet me al aan India denken! Wel raar om op deze conservatieve en religieuze plek te zijn.

Maar de parkeerplaats is naast een pelgrimsplek ook een echte ontmoetingsplek voor overlanders. We komen oude bekenden tegen, zoals de Duitser en Oostenrijker in grote truck, de Engelsen, maar ook nieuwe mensen zoals een Zwitser met een grote oude Touringcar die voor de zevende keer deze reis maakt. We ontmoeten meer andere reizigers dan ooit. Iedereen heeft plannen om naar India te gaan. Sommigen hebben problemen met het verkrijgen van hun visa voor Pakistan, anderen doen hun voertuig in een boot en vliegen zelf naar India. Wij zijn nog steeds in twijfel of we nu wel of niet door Pakistan moeten gaan. Onze zin in India begint wel erg toe te nemen. Maar Pakistan.. poeh. Erg spannend gezien de overstromingen in augustus en de veiligheid in zijn algemeen. We hebben een visum en kunnen dus gaan.. maar is het veilig genoeg? Helaas komen we geen reizigers tegen die net uit Pakistan komen. We besluiten om ons besluit uit te stellen tot we in Yazd zijn, maar we gaan wel vast het visum voor India regelen in Tehran. Diep in ons hart weten we dus wel dat we eigenlijk gewoon zullen gaan..

Tehran is een miljoenen stad en die verschillen in verschillende plekken op de wereld niet zoveel van elkaar. Alleen de McDonald’s en KFC’s die missen maken dat het er anders uitziet dan een andere snel groeiende Aziatische stad. Als deze ketens er wel zouden zijn, zouden ze vol zitten. De Iraniers zelf zeggen namelijk dat ze eigenlijk Amerikanen zijn. Ze zijn opgegroeid met dezelfde cartoons, werden in de jaren ’70 sterk beinvloed door de Amerikaanse cultuur, maar sinds de revolutie in 1979 is het land veranderd. Veel mensen vragen ons hoe ze naar Amerika kunnen gaan. Terwijl ze dat vertellen hangen achter hen de affiches “Down with USA” of de schilderingen van het Amerikaanse vrijheidsbeeld, waarbij het hoofd vervangen is door een schedel met holle ogen. Wat een tegenstelling tussen volk en regering!

We moeten uiteindelijk acht dagen in Tehran wachten op ons visum, maar we hebben geen tijd om ons te vervelen. We werken op trage, zwaar gefilterde computers aan de website, bezoeken wat toeristische attracties en komen dan Kaz tegen. Kaz is een Iraanse Amerikaan en woont al 23 jaar in Californie. Hij heeft daar een eigen bedrijf en is nu voor een aantal maanden thuis om zijn moeder te steunen omdat zijn vader is overleden. Als we met hem opstap zijn, merken we weer dat Iraniers veel socialer zijn onderling dan wij in Nederland. Er wordt tijd genomen om een praatje te maken, zelfs met onbekenden. En als mensen elkaar ontmoeten lijkt het alsof ze elkaar al jaren kennen. Zo wat na elke ontmoeting wordt een telefoonnummer uitgewisseld. Wat een enorme contactenlijst moeten ze in hun telefoon hebben!

Ondertussen ben ik al aardig gewend geraakt aan de hoofddoek. Alleen dat lelijke kleed dat ik aan moed (loszittende jurk met lange mouwen tot zeker halverwege je dijbeen), vind ik wat lastiger aan te wennen. Ik probeer daar nu wat van af te wijken door wat eigen kleren aan te trekken. Maar de hoofddoek vind ik voor een maand geen probleem en hij blijft nu ook vanzelf zitten. Alleen toen we in Tehran een bus moesten halen ging het mis. Ik rende naar de bus, kon nog net op tijd in de bus springen, maar kwam wel in het mannen gedeelte terecht. Iedereen staarde me aan toen ik stond uit te puffen. Dat gebeurt wel vaker, maar al snel bleek dat ik daar zonder hoofddoek stond! In het verkeerde gedeelte, onbedekt, dat wijkt wel erg ver af van de Iraanse regels!

Onze Tehraanse vriend Kaz gaat mee via het dorp Abyaneh naar Esfahan. In Abyaneh regent het alleen maar en het lijkt of de modderhuizen in bruine rivieren door de straten wegspoelen. We gaan dus snel door naar Esfahan. Op het op een na grootste plein van de wereld met de mooiste moskeen van Iran en misschien wel de wereld parkeren wij onze bus voor de nacht. We hebben toestemming van de politie! Hebben we even het beste hotel van de stad!

In Esfahan bezoeken we een familie die een aantal jaren in Delft heeft gewoond. We zijn met hen in contact gekomen via een vriend van hen: een Iraanse man die we op de Nederlandse ambassade ontmoeten. Zonder dat we de familie ooit hebben ontmoet worden we uitgenodigd om te komen eten en te slapen. Ze vertellen dat ze Iran uiteindelijk leuker vinden om te wonen dan Nederland. Hier hebben ze al hun familie en vrienden. Helaas is de man wel zijn Nederlandse nationaliteit kwijt geraakt. De laatste keer dat hij zijn paspoort wilde vernieuwen heeft hij door een miscommunicatie en onvoldoende kennis van de Nederlandse taal een brief getekend waarmee hij afstand doet van zijn Nederlanderschap. Ben benieuwd hoe dat is gegaan…

In Esfahan ontmoeten we Tessa en Bart weer, twee Nederlanders die naar Turkije zijn gefietst en vanaf daar met het openbaar vervoer verder zijn gegaan.
Zij liften met ons mee naar de woestijn. In Toudeshk, een dorp aan het begin van de woestijn, doen we wat boodschappen voor de dagen in de woestijn. Het is vrijdag, de heilige dag voor Moslims, en helaas is er nergens een winkel open waar we brood kunnen halen. Maar een jonge man uit het dorp zegt dat hij thuis wel brood heeft en we moeten met hem mee naar zijn huis, kunnen we ook meteen wat foto’s zien van de woestijn. Als we bij Hamzeh thuis aankomen is de hele familie aanwezig omdat het vrijdag is. We worden warm ontvangen en krijgen thee. Nog geen half uur later wordt het kleedje op de grond gelegd en wordt er een complete lunch geserveerd. Alsof ze op ons zaten te wachten! En dan blijkt de lunch ook nog eens te bestaan uit Fesenjun, een gerecht waar we al in verschillende restaurants om hebben gevraagd, maar wat je eigenlijk nergens kan krijgen, alleen bij mensen thuis. Het is kip gestoofd in een saus van granaatappelsiroop en gemalen walnoten… hmmmm. Echt heerlijk!

De vrouwen zitten aan de ene kant, de mannen aan de andere kant. Roderick worselt weer met zijn zithouding, want wij zijn gewoon echt niet getraind op het op de grond zitten. Hier zitten de oudste mannen en vrouwen nog met hun benen onder hun lichaam gevouwen. Na de lunch worden we uitgezwaaid alsof we familie zijn. Iedereen komt mee naar buiten, we krijgen nog van alles toegestopt en we moeten zeker terugkomen. Gasten zijn een godsgeschenk en zeker op vrijdag. Wat een warmte en gastvrijheid!

Als we ons soms bezwaard voelen door al die gastvrijheid van de mensen die we ontmoeten en we leggen dat voor aan hen, dan wuiven ze onze bezwaren meteen weg. “We doen het graag! En als wij in Nederland komen dan doen jullie Nederlanders toch ook hetzelfde voor ons?” Ja.. wat zou jij doen als je uit je raam keek en een auto met Iraans nummerbord in je straat zag staan? Opendoen en de vier mensen die er in zaten uitnodigen voor het eten? Ik denk dat de meeste Nederlanders hun gordijn snel nog een stukje dichter zouden schuiven.. Ze moesten eens weten… Van de Iraanse open houding naar complete vreemden (en dan ook nog eens buitenlandse vreemden!) kunnen wij heel erg veel leren. Wij gaan daar er in ieder geval ons best voor doen!

We vinden die nacht een kampeerplek bij een raar verlaten bouwwerk, ergens aan de rand van de woestijn. Is het nog niet af? Of wordt het niet meer gebruikt? We gaan er uiteindelijk wel staan. We maken een perfect kampje achter het gebouw, met bankjes en een vuurplaats die we bouwen van de stenen die er liggen. En dan lekker BBQen op het vuur. Super relaxt en gezellig met Bart en Tessa. En heel erg veel sterren!

De volgende dag gaan we verder de woestijn in. Eindeloze rechte wegen, we denken meren te zien die als we dichter bijkomen er toch echt niet blijken te zijn, bordjes met pas op kamelen en even later ook echt een groep kamelen met herder. Daar rijden we dan tussen met ons bussie!

We rijden door tot het laatste dorpje in de woestijn. Acht huisjes van modder, dieren en een paar schuwe mensen waar we helaas geen contact mee kunnen krijgen. Maar een super bijzondere plek! We vinden een plekje aan een weg die doodloopt waar de zandduinen beginnen. Vuurtje, pannen erop en koken, het enige wat we nu echt nog missen is het biertje! Maar de alcolholvrije biertjes beginnen na vier weken toch ook al bijna naar echte te smaken. We staan om 5.30 op om de zonsopkomst midden in de zandduinen te zien. Best zwaar dat zand door ploeteren als je net wakker bent, maar dan heb je ook wat. Vooral als de zon om 6.30 opkomt kleuren de duinen goud en oranja/rood. De hele ochtend rollen, springen en hangen in de duinen. En gelukkig weten we de weg naar de bus ook nog terug te vinden.

Als we de volgende ochtend weg willen rijden blijkt dat we toch wat te enthousiast zijn geweest met de bus de woestijn in rijden… we zitten vast! Niet zo gek ook, want hij weegt 4.000 kilo en we hebben natuurlijk geen 4×4. Maar we laten de banden een stuk leger lopen en met drie duwende mensen rijden we er zo uit! Compressor pakken, banden oppompen en we kunnen weer verder.

Van de woestijn rijden we naar Yazd en dan zijn we toch echt in Oost-Iran. Met het Silk Road hotel, gerund door Nederlanders, hebben we voorafgaand aan de reis regelmatig contact gehad over allerlei praktische zaken en de veiligheidssituatie in Iran en Pakistan. En nu zijn we daar! De komende dagen moeten we dan echt de knoop doorhakken of we wel of niet richting Pakistan gaan. En als we besluiten te gaan is dit de ideale plek om andere overlanders te ontmoeten om de tocht door Oost-Iran en Pakistan samen te rijden.

Yazd is een hele oude stad, deze plek wordt al 7.000 jaar bewoond. De huizen in de oude stad zijn gebouwd van modder en omdat het hier wel 50 graden kan worden in de zomer hebben ze hier de eerste versies van de airco uitgevonden: windtorens (badgirs) die in de huizen zorgen voor een verkoelend briesje.

We zijn inmiddels alweer bijna een maand in Iran en moeten ons visum verlengen. Dat visum verlengen zou weleens een week kunnen duren, maar we hebben geluk want onze visa zijn twee uren later alweer klaar! Als we terug willen naar de stad en een taxi willen nemen, wordt er flink getoeterd door een man in een dure auto. Hij brengt ons wel even naar waar we heen moeten. Hoelang blijven we in Yazd? Twee tot drie dagen? Dan moeten we al die dagen gewoon gezellig bij hem in huis komen logeren. We hebben eigenlijk even genoeg van alle sociale conatcten, maar door zijn aanbod om vodka te komen drinken, gaan we uiteindelijk toch overstag. De volgende ochtend komen Farshad en zijn vrouw ons ophalen met de auto. Hij is tandarts, zij is yoga instructeur. Rijke en vrije mensen! We zijn echt even onderdeel van deze familie: we lunchen met ze, houden daarna een gezamenlijke siesta, gaan naar de shoppingmall, maken een familiefoto bij de fotograaf en worden daarna meegenomen naar vrienden. We scheuren door de stad, met z’n zessen en twee kinderen in een auto, muziek keihard aan op weg naar de pizzeria. Het favoriete avondje uit in Iran! Helaas is de beloofde vodka niet meer op tafel gekomen, maar het was een leuke ervaring!

Als we terug zijn in Yazd is de knoop eigenlijk al doorgehakt: we gaan door Pakistan naar India. Het visum voor beide landen hebben we, de hoofdroutes die door de overstromingen waren beschadigd zijn weer begaanbaar. We hebben contact gehad met iemand die zojuist in vier dagen Pakistan is doorgecrosst en zich veilig voelde. We besluiten samen te gaan rijden met vijf motorbikers: Els en Merijn uit Amsterdam, een Zwitser en twee Ieren. We rusten nog even uit voor dat we de twee weken van 2.700 kilometer rijden, politie escortes en spanning tegemoet gaan!

Bekijk hier alle foto’s van deze “etappe”. 

  

 Copyright © 2010-2015 Roderick Polak & Marleen Laverman – All Rights Reserved  

 Copyright © 2010 Roderick Polak & Marleen Laverman – All Rights Reserved  

You may also like...

Leave a Reply