India Reached!

 Destination India reached! We weten dat we in India zijn, maar het euforische gevoel is er helaas nog even niet. Na onze avonturen en alle indrukken in Pakistan zijn we eigenlijk wel even toe aan vakantie. Maar laat India nou net het land zijn dat het meest op al je zintuigen inwerkt: kleuren (liefst fel), geuren (meestal indringend en vies) en geluiden (hard en liefst alles door elkaar).  En dat alles geproduceerd door de meer dan 1 miljard mensen die er wonen, de vrachtwagens en rickshaws die rondscheuren waar ze maar kunnen en de miljarden dieren die daar nog eens tussendoor manoevreren. Nog even geen tijd dus voor vakantie… welkom in India!

Bekijk hier alle foto’s van deze “etappe”.

Onze eerste kennismaking met India is de stad Amritsar in het district Punjab, bekend vanwege zijn Gouden Tempel voor de Sikhs met hun kleurrijke tulbanden en voor ons een plek om even te wennen aan India en ons voor te bereiden op wat komen gaat. Als we de stad binnenrijden zien we veel verkeer, fietsrickshaws waarbij dunne mannetjes met moeite twee dikke Indiers een brug oprijden en de eerste koeien die rustig op de weg liggen te slapen, terwijl iedereen ze net op tijd weet te ontwijken. De Gouden Tempel wordt omringd door een vijver, die natuurlijk heilig water bevat. Het is de belangrijkste heilige plek van de Sikhs. Zij zijn te herkennen aan hun volle baarden en hun felgekleurde tulband waaronder hun lange haar zit verstopt: een echte Sikh knipt namelijk nooit zijn haar. De mannen zwemmen met hun tulbanden en een kleine doekje om hun middel in de heilige vijver, andere mensen drinken het water uit de vijver. Sterke maag die Indiers! Het Sikh geloof is ontstaan als een tegenreactie op het kastesysteem dat binnen het hindoeisme werd aangehangen: voor Sikhs geloof zijn alle mensen gelijk. Deze gelijkheid wordt geuit op vele manieren, waaronder door de grote gezamenlijke maaltijden die worden georganiseerd bij de tempels. Klinkt als een goed geloof! We zien minder toeristen dan verwacht en zijn toch nog steeds zelf de trekpleister. Om de paar minuten wordt er gevraagd of er een “Snap” mag worden genomen en moeten we even vertellen waar we vandaan komen.

We blijven vier maanden in India, dus als nieuwe tijdelijke inwoner willen we graag bereikbaar zijn, “veilig” door het Indiase verkeer kunnen en weten waar we eigenlijk allemaal naartoe willen. Daarom regelen we in Amritsar een Indiase simkaart, waarbij we al snel te maken krijgen met de Indiase bureaucratie, want we hebben pasfoto’s nodig, kopieen van ons paspoort, onze laatste elektriciteitsrekening (euhm…), enzovoort. Maar na vele uren wachten en de volgende dag terugkomen is het toch gelukt. Daarnaast regelen we een verzekering voor de bus, voor wat het voorstelt.. de minimale verzekerbare periode is een jaar en daar betalen we 48 euro voor. Geen idee of we ooit wat verzekerd zullen krijgen als er wat gebeurt, maar het schijnt in ieder geval belangrijk te zijn om een verzekeringsbewijs aan de politie te kunnen tonen. Tot slot kopen we de Lonely Planet India, zodat we eens kunnen zien wat we eigenlijk willen doen.

Ja.. wat willen we eigenlijk doen? Het liefst willen we zo snel mogelijk zon, zee, strand.. vakantie! We voelen ons nog niet klaar voor India na onze tocht door Iran en vooral Pakistan. We denken er even over om de de bus misschien op de trein te zetten naar vakantieparadijs Goa in zuid India. Helaas lijkt die mogelijkheid niet te bestaan. We lezen ons een versuffing in de Lonely Planet en dan komt het aan op keuzes maken: na lang wikken en wegen besluiten we niet meer naar het noorden te gaan, waar het inmiddels toch behoorlijk koud aan het worden is. Bovendien willen we kerst en oud en nieuw vieren in Goa en dan hebben we nog 2.500 kilometer te gaan. Op Indiase wegen een heleboel!

We stellen onze routenavigatie (ja echt, we hebben er na lang zoeken op internet eentje gevonden!) in op Bikaner in Rajasthan, de eerste 570 kilometer van onze tocht naar het zuiden. De navigatie zegt dat we over dit stukje 15 uren gaan doen… Beetje overdreven misschien, maar als we rijden begrijpen we dat het lang zal gaan duren: de highways zijn hier in onze ogen boerenlandweggetjes met veel langzaam verkeer zoals ossenwagens, tractors en oude trucks.

Aangezien we in India links rijden, en ons stuur ook aan de linkerkant zit, heeft de bijrijder een erg belangrijke rol: die kijkt steeds om de voorganger heen om te zien of er geen tegenligger aankomt en er dus ingehaald kan worden. Tel daarbij op de gaten in de weg, de dieren die onverwacht uit de bosjes komen zetten en de vele gecrashte of omgevallen vrachtwagens die je langs de weg ziet, en je begrijpt dat het vermoeiend rijden is! We hopen echt dat de Indiase goden ons gunstig gestemd zijn, want een ongeluk krijgen in India is geen pretje… De Indiers zijn een emotioneel volkje: wanneer er een ongeluk gebeurt schijnen de mensen overal vandaan te komen en bepaald de groep zonder zichtbare besluitvorming wie de schuldige is en die moet het vervolgens ontgelden. Hele lynch partijen hebben zo plaatsgevonden na ongelukken en voertuigen (en mensen!) die nog niet compleet beschadigd waren, zijn het daarna wel. Brr.. een eng idee! Voor de zekerheid toch maar een gebedje doen als we Ganesha ergens zien (een god in de vorm van een olifant, die bekend staat als “remover of obstacles”).

Als we er achterkomen dat we Bikaner niet zullen halen in een dag, gaan we opzoek naar een plekje waar we die nacht kunnen staan. We nemen een zijweggetje langs de “snelweg” en komen vlakbij een piepklein dorpje uit en zien een mooie grote boom langs een rivier. Mooi plekje om te staan denken we. Maar binnen een minuut staat er een man op een motor naast ons die daar anders over denkt. De man op de motor spreekt Engels en raadt ons aan om naar een resort te gaan. We laten de bus zien en leggen uit dat we ons eigen resort op wielen hebben. In dat geval moeten we parkeren in het dorpje vlakbij. Hij kent daar wel een “respectable man”, die vervolgens direct gebeld wordt. Vijf minuten later is die man er ook, terwijl er ondertussen al twintig mannen en jongetjes om de bus staan. De man wordt aan ons voorgesteld: hij is van die en die kaste (ok..) en heeft een boerderij in het dorpje net iets verderop. Met een van de jongetjes in de bus rijden we naar het dorpje. Het kleine boerendorpje bestaat uit allemaal grote huizen waar hele families in wonen. In het midden staat een grote roze geschilderde tempel. We rijden een poort binnen met “Welcome” erboven, terwijl allerlei familieleden al over de muren van het huis staan te gluren naar wat er nu aankomt. Een beetje onwennig worden we binnengelaten in het huis. Het is een rijke familie: ze hebben ossen, koeien en buffalo’s voor melk en werken op het land, een katoenplantage en een stenenfabriek. En ondanks dat zijn de faciliteiten in het huis heel basic: water komt uit een put, de wc is een gat in de grond achterin op de binnenplaats en warm water wordt gemaakt op een vuur buiten.  De sfeer is heel relaxt, maar bij het avondeten wordt toch weer duidelijk dat de gast ook in de Hindoe cultuur als een geschenk van god wordt gezien: wij krijgen als eerste het diner geserveerd en als wij lekker genoten hebben is de familie zelf aan de beurt.

Het twee-jarige kindje Angel is bang voor ons. Elke keer als ze ons ziet kijkt ze ons met grote ogen aan, steekt haar wijsvinger naar ons uit  en zegt met een rond mondje: “hoe-hoe-hoee?” De vrouwen dragen mooie kleurrijke sari’s, soms met doorschijnende delen voor het gezicht, maar het lijkt erop dat de vrouwen en mannen hier wel meer samen leven dan in traditionele islamitische families. We zijn te gast en ook in India betekent dit dat je in het huis van de gastheer slaapt. We krijgen weer bedden van spanbanden aangewezen en een van de zoons verhuist voor een avondje naar een andere kamer. We beginnen te wennen aan de minder comfortabele bedden, want we slapen erg goed en als we om 7.00 uur opstaan is de hele familie al druk in de weer terwijl de oranje zon opkomt in het mistige dorpje. De koeien worden gemolken, een tractor wordt gestart en kleine Angel zet meteen als ze ons ziet haar bekende grote ogen weer op en bekijkt ons vol onbegrip. Wij krijgen weer een heerlijk ontbijt voorgeschoteld met chai met verse melk en lekker veel kruiden. Hmm! Daarna gaan we naar de steenfabriek van de familie.

Een paar kilometer verderop is een groot terrein waar hele families wonen in kleine huisjes. Zij maken met z’n allen van speciaal zand met water de stenen die eerst een aantal weken uitharden in de zon. Daarna worden ze gestapeld en worden er tussen de stenen vuren gemaakt die een maand lang branden, waarna in een keer 40.000 stenen klaar zijn. De families die op de steenfabriek werken hebben hun eigen piepkleine huisje op het terrein, met geiten voor de melk. Ze hebben een dag in de maand vrij. Ongelofelijk om te zien hoe hele families daar wonen, maar de relatie tussen baas en werknemers lijkt goed. De mensen zien er puur en bijzonder uit en de kindjes hebben warrige haren met hier en daar bijna blonde plukken in hun zwarte haar. Hopelijk kunnen de families hun kinderen naar school laten gaan… maar dat lijkt er helaas niet op. Daarna is het tijd om te vertrekken. De familie drukt ons op het hart nog eens terug te komen en daarna nemen we hartelijk afscheid van deze super lieve familie. Heel leuk om die enorme gastvrijheid ook in India mee te maken!

Dan verder naar Bikaner. Als we daar laat in de middag binnenrijden, is het een lekker zootje op straat met de nodige koeien, en grote paarden – oohnee kamelen! – die wagens trekken met een staande menner en allerlei goederen erop. Als we echt in het centrum komen doemt opeens een steenrood gebouw op met allerlei sierlijke torentjes en koepeltjes… een echt Indiaas paleis dat je wel van de plaatjes kent en daar rijden wij nu langs!

De toegang tot de oude stad wordt gevormd door een oude stadspoort, waar je met een kleine beetje fanatasie zo twee grote olifanten naast ziet staan. In de oude stad is het een chaos van mensen, dieren en voertuigen. Geiten en koeien trekken zich weinig van het tumult aan en liggen lekker op de meest onmogelijk plekken, zoals midden op een kruispunt.

Waarom lopen al die koeien in India toch op straat? Kunnen mensen ze niet beter houden en de melk ervan gebruiken? De koe is heilig, dat is bekend. Dieren worden sowieso gerespecteerd in het Hindoe geloof (want misschien is die rat die daar loopt wel een reincarnatie van je overleden vader), maar koeien en olifanten hebben helemaal een bijzondere status. Het houden van koeien voor melk of werk op het land gebeurt gewoon in India, alleen is het in het hindoe geloof zo dat het een zonde is als een koe sterft in jouw huis of op jouw terrein. Als dat wel gebeurt moet je als Hindoe een pelgrimstocht maken door heel India, 51 dagen werken voor een tempel en ook nog een groot geldbedrag weggeven. Dat wil je dus niet! Daarom worden koeien, wanneer ze geen kalfjes meer kunnen krijgen en dus geen melk meer geven, op straat gezet. Lekker voor die koeien! Dat wordt dan afval eten voor ze: karton lijkt het favoriete maaltje te zijn voor koeien op straat. Kan me iets smaakvollers voorstellen..

Na een aantal dagen rijden we Bikaner uit en rijden we verder richting het zuiden. Welke route we zullen nemen zijn we nog steeds niet uit… gaan we over Jodhpur of Pushkar? We stellen de beslissing tot het laatste moment uit. Ondertussen komen we nog langs de Rattentempel. Volgens de overlevering wonen hier honderden verhalenvertellers die gereincarneerd zijn als rat. De tempel is een belangrijke pelgrimsplek en overal waar je kijkt krioelen de ratten rond en als je “geluk” hebt loopt er een over je blote voeten. Een Indiase man was minder gelukkig.. als we daar rondlopen horen we opeens een harde schreeuw: de man blijkt op een rat te zijn gaan staan! En een aantal meters verderop ligt de rat opeens dood op zijn zij… Ai, bad karma!

We rijden verder.. waar gaan we heen Jodhpur of Pushkar.. als Roderick denkt om naar Jodhpur te gaan, zeg ik toch weer Pushkar en andersom. Uiteindelijk, net voor de afslag, gaan we voor Pushkar. Een kleine stad en een van de belangrijkste pelgrimsplaatsen van in ieder geval Rajasthan: een erg heilige plek. Maar als we het stadje inrijden is daar weinig van te merken: overal beerbars en wineshops en als we even later het centrum inlopen lijkt het stadje vooral ingericht op westers toerisme: overal winkeltjes met kleding, souvenirs en westerlingen in hun bekende: ik-ben-drie-weken-in-india-en-ik-draag-hippie-kleding-outfit. Het schijnt dat als je wil je zelfs een beefsteak kan bestellen, op een van de heiligste plekken in het land van de heilige koe… Ons humeur zit niet helemaal mee en het is de eerste echt toeristische plek van India die we meemaken, dus wellicht vertekend dat het beeld een beetje. De volgende ochtend besluiten we toch maar om weer door te rijden.

Verder naar wat de meest romantische stad van India wordt genoemd: Udaipur! Een stad met paleizen, een groot centraal meer en daaromheen smalle straatjes met honderden jaren oude huizen. En laten we nu net vandaag negen jaar samen zijn! We gaan uiteten in een super mooi restaurant met een nisje met uitzicht over het meer en het paleis daar middenin, dat een hoofdrol speelde in de James Bond film Octopussy. Cocktail erbij, Indiaas eten, genieten!

De volgende dag worden we ons wel weer meer bewust van de grote verschillen tussen onze levensstandaard en die van vele Indiers. Als we op straat lopen, zien we twee schattige kindjes hun schoolwerk maken. We praten even met ze en dan nodigen ze ons uit om bij hun thuis te komen. Hun huisje blijkt niet meer te zijn dan een kamertje van vier bij drie meter en daar wonen ze met z’n negenen: vader die rickshaw driver is, moeder en zeven kinderen. Overdag liggen de matrasjes opgestapeld in een hoek van het kamertje en kan er op de grond gezeten worden. De kinderen zijn erg klein voor hun leeftijd.

We krijgen thee en dan krijgen we foto’s te zien van alle westerse toeristen die op bezoek zijn geweest en waarvan sommigen hen nu sponsoren. Als we weer willen vertrekken dringen ze eropaan dat we een rit met zijn rickshaw moeten nemen of dat we moeten blijven om te lunchen. We bedanken vriendelijk en gaan weg zonder geld te geven. Want… hoeveel moet je dan geven? Stimuleert het juist niet gedrag waarbij ze enkel om het geld met toeristen spreken? We voelen ons wel een beetje schuldig. Verderop zitten de restaurants weer vol met toeristen die, net als wij de afgelopen dagen, drie keer per dag uiteten gaan. Wat een grote verschillen toch! We voelen ons er niet lekker bij en nemen ons voor om als we in Nederland zijn een goede organisatie te zoeken die op stimulerende wijze geld geeft aan arme mensen in India. Als we ergens op een stoepje zitten om dit allemaal te overdenken, worden we door twee broers uitgenodigd in een 250 jaar oude Haveli.

De twee broers gaan het familiebezit dat sinds acht jaar leeg staat opknappen om er een hotel van te maken. De familie bestond in de hoogtijdagen uit zestig leden en werkte in het paleis van de Maharastra (koning) van Udaipur, waarop het huis een super mooi uitzicht heeft. Fijn, weer even een andere ontmoeting met India! De verschillen tussen arm en rijk zijn groot in India, en men zegt dat door de groeiende economie die verschillen eerder groter dan kleiner aan het worden zijn. Belangrijke taak voor de Indiase regering om deze verschillen kleiner te maken.

Volgens de astrologen is het een lucky day vandaag. Dat betekent dat de straten van Udaipur vol zijn met bruiloftsoptochten. Vooral ‘s avonds krioelt de straat van groepen dansende mensen die lampen en andere atrributen dragen. Ze duwen een karretje waarop speakers staan die schelle Indiase muziek uitblazen, gevolgd door een grote agregaat. Jongetjes rennen rond en steken vuurwerk af: hoe harder hoe beter. Vooral de gasten lijken zich te vermaken: de bruidegom zit op een versierd wit paard in een keizerlijk kostuum en lacht vooral niet, want dat schijnt voorafgaand aan het huwelijk niet toegestaan te zijn.

Als we Udaipur verlaten, veranderen de smalle slechte wegen die we tot nu toe hebben gehad in India eindelijk in tweebaanswegen. Nu en dan is er een tolpoortje, maar als we daar met een grote lach op afrijden, hoeven we negen van de tien keer niets te betalen. Naast de tolpoorten staat een bord met een lijst van instanties die uitgesloten zijn van het betalen van tol. Boven legervoertuigen en ambulances staat op nummer 1: ” the president of India”. Klinkt zo grappig kleinschalig voor een land met meer dan een miljard inwoners.

We rijden lekker door, want we ruiken de zee al! Na drie en een halve maand zonder kijken we er erg naaruit om die weer te zien. Na een lange rit bereiken we nog net op tijd het plaatsje Dandi. We parkeren de bus en dan is daar de zee! Geen tropisch paradijs, maar wel heel bijzonder en rustgevend om de zee weer te zien.

Dat wordt een lekker nachtje slapen! Maar, niet voordat we toestemming hebben van de village leader, komt een man ons vertellen. Ok, Roderick mee achter op de motor, naar het huis van de village leader. Grappig dat we van dit soort dingen al niet eens meer staan te kijken. De village leader is erg vereerd door ons bezoek aan Dandi en we moeten voor de veiligheid op het plein van de jongens middelbare schoolcampus slapen. Een rustig nachtje en we worden de volgende ochtend niet eens gewekt door allerlei jongens bij de bus. In plaats daarvan zijn die hard aan het werk in de tuin op deze zondagmorgen. Wij worden uitgenodigd bij het hoofd van de campus om chai te komen drinken en een ontbijtje te eten. We zitten heerlijk op de schommelstoel van zijn veranda, terwijl hij zelf achter zijn bureau plaatsneemt.  Hij geeft trots een soort college geeft over het plaatsje Dandi. Dandi is bekend geworden doordat Mahatma Gandhi hier in 1930 zijn beroemde zoutmars eindigde, als protest tegen de belastingen die de Britten hieven. Hij wilde met deze mars met duizenden volgers duidelijk maken dat belastingen op natuurlijke producten als zout niet terecht waren. Om dat te demonstreren won hij aan het einde van de mars zout uit zeewater, waarmee hij aangaf dat zout belastingvrij moest zijn, want het is van iedereen. We worden helemaal ontspannen van het rustige gepraat van het hoofd en Roderick en ik hebben dezelfde gedachte: laten we hier maar een dagje bijven.

Vanmiddag is er een uitreiking van scholarships en we worden uitgenodigd om daar bij aanwezig te zijn. Leuk! We lopen een rondje door het dorpje, waar alles net een beetje trager lijkt te gaan dan in de rest van India. We gaan op bezoek bij een leraar die met zijn gezin op het campusterrein woont en die erg geinteresseerd is in onze reis en onze visie op de wereld. Dan gaat de bel en schuiven we aan bij de lunch van de schooljongens. Iedereen gaat netjes in de eetzaal zitten en een aantal jongens schept de borden vol. Er wordt gebeden en dan wordt er rustig gegeten: geen geschreeuw, geen geouwehoer. Dat zou in Nederland anders zijn! Dan even allemaal je eigen bord afwassen. Een groepje bereid zich voor op de uitreikingen van scholarships die op hun school wordt georganiseerd. Stoelen worden neergezet, een muziekoptreden wordt voorbereid. Wij trekken toch maar even onze nette kleren aan voor deze gelegenheid en dat is maar goed ook: de zaal zit vol en wij zitten vooraan tussen de belangrijke oude mannen, als een van de eregasten. We worden meerder malen voorgesteld, maar verder begrijpen we weinig van wat er allemaal wordt gezegd in het Gujarati. Na dat verschillende belangrijke mannen hun zegje hebben gedaan, wordt Roderick naar voren geroepen om een toespraak te geven. Wat onwennig loopt Roderick uiteindelijk naar de microfoon.

We hebben zo’n beetje kunnen begrijpen dat het om de uitreiking van beursen aan studenten gaat, maar verder weten we er weinig van. Roderick vertelt wat over wat hij heeft gestudeerd en wenst de studenten allemaal veel succes, in de hoop dat het aansluit op de vorige verhalen. Maar wat de zaal eigenlijk natuurlijk graag wil horen is wat voor een reis we aan het maken zijn. Vervolgens mogen wij nog een aantal beursen uitreiken aan de aanwezige studenten, een hele eer. Nadat alle gasten van de school zijn vertrokken doen wij weer mee met het dagelijks leven op de campus: Roderick volleybalt met de jongens, daarna is het tijd voor de gezamenlijk bid- en zingsessie en mogen de jongens vragen aan ons stellen, maar daar zijn ze toch wat te verlegen voor. De leraar vertelt daarom over ons en we worden vergeleken met Marco Polo en Vasco da Gamma, heuse ontdekkingsreizigers uit vroegere tijden. Tijdens het diner in de eetzaal hebben we diepe gesprekken met de leraar, die ons echt bewonderd en erg geinteresseerd is in onze levensfilosofie en de wijze waarop wij weten om te gaan met zoveel verschillende mensen in zoveel verschillende landen. Jeetje, heel apart dat hij zo tegen ons op kijkt.

De volgende ochtend drinken we eerst ons laatste kopje chai met het hoofd en dan gaan we nog even op bezoek bij de leraar. In zijn huis hangt een portret van de heilige Sai Baba.. Wow, dat voelt echt bijzonder, want de ex-Nederlandse Iraanse man bij wie we in Esfahan in Iran hebben gegeten, vertelde ons om in India op zoek te gaan naar Sai Baba. Sai Baba is een heilig verklaarde man die de gelijkheid van geloof voorstond: om dat te demonstreren bidde hij zowel in Hindoe tempels als in de Moskee. Heel bijzonder om te zien hoe dingen soms samen komen in deze reis. Zo toevallig allemaal… Met een heel goed gevoel nemen we afscheid en rijden we weg uit Dandi. Het voelt of alles klopt en op zulke momenten begin ik toch echt bijna even te geloven in het bovennatuurlijke. We konden zo’n fijne plek met zulke leuke mensen echt even gebruiken en dan komt het gewoon op ons pad! Dat soort momenten hebben we al veel vaker ervaren deze reis. Net als we het even niet zien zitten, gebeurd er iets wat ons weer positieve energie geeft. Misschien is dat toch dat geluksengeltje op onze schouders.

De wegen zijn rustig en het landschap wordt steeds tropischer al we verder rijden richting Mumbai. Hoe dichter we bij de stad komen, hoe drukker de weg. Nadat we veilig door de de voorsteden van miljoenenstad Mumbai zijn gemanoevreerd, rijden we langs de kust van de provincie Maharashtra. De komende tijd gaan we bij de zee doorbrengen! In twee dagen rijden we richting Murud Janjira: een bijzondere plek, want hier heeft Roderick zijn oom Sallo in 1977 twee maanden gezeten nadat hij op zijn achtiende liftend naar India was gekomen. Met een aantal foto’s op zak van Sallo en de families waar hij destijds bevriend mee was geraakt, komen we Murud binnen.

In Murud woonde Sallo in een kamertje bij een boerenfamilie in een dorpje dat in die tijd zeker nog nauwelijks westers toerisme kende. Inmiddels staat het zowaar beschreven in de Lonely Planet, vanwege het mooie en onneembare Janjira fort dat voor de kust ligt, dus er zal het een en ander veranderd zijn. Als echte Spoorloos-reporters gaan we naar Murud met op zak foto’s van de familie waar Sallo veel contacten mee had plus een recente foto van Sallo, wie weet zijn daar nog mensen die zich Sallo nog herinneren van inmiddels 33 jaar geleden.

Als we Murud binnenrijden ziet het eruit als een relaxt en levendig vissersplaatsje, waar ondanks de vermelding in de Lonely Planet niet heel veel veranderd is. Er zijn wat hotels bijgebouwd, maar de mensen wonen in kleine kleurrijke huisjes, de vissersbootjes liggen voor de kust en vrouwen dragen grote bossen hout op hun hoofd, waar vanavond weer een vuurtje mee wordt gemaakt om op te koken. We rijden heen en weer door het dorp, maar het vinden van een plekje met een beetje privacy en wat schaduw blijkt moeilijk te vinden. We vinden uiteindelijk een plekje dat aan de tweede eis voldoet, maar aan de eerste zeker niet: het blijkt de cricket plek te zijn van de jongens uit het dorp en aan het eind van de middag stroomt het dan ook vol met nieuwsgierige mensen. Pfff… terwijl de moed ons een beetje in de schoenen is gezakt, lopen we nog maar eens een laatste keer over het strand. De zee met ondergaande zon vrolijkt ons alweer wat op. Vanaf een van de huisjes langs het strand worden we toegeroepen: “Helloo, you need room?” Pff, nee, we hebben geen kamer nodig… Maar we lopen er toch meer even heen om een praatje te maken. We leggen uit dat we vanuit Nederland naar India zijn komen rijden en dat we opzoek zijn naar een mooi rustig plekje om te staan. Geen probleem, zegt hij al snel. We kunnen op zijn terrein parkeren, direct aan het strand onder de palmbomen. En in India is niks voor niks, dus we checken meteen maar even wat hij er voor wil hebben, maar hij wil er geen geld voor! Waar een praatje al niet toe kan leiden.

Helemaal vrolijk rennen we zo ongeveer terug naar de bus. Als we eenmaal staan, vertellen we dat het voor ons bijzonder is om in Murud te zijn, omdat Roderick zijn oom hier jaren geleden ook was. We laten de meegebrachte foto’s van de families alvast zien aan de eigenaar (Mister Dandekar) en een vriend die bij hem is. Ze herkennen de mensen op de foto al snel: het zijn de grootouders en ooms en tantes van die vriend die ook net op bezoek is. Hoe toevallig! Meteen de juiste mensen ontmoet. Irfan is helemaal enthousiast en maakt meteen plannen voor de bezoeken die we de komende dagen moeten gaan afleggen. De familie Ainulla is islamitisch en op vrijdag, de heilige dag voor moslims, zal een hele bezoekronde voor ons worden gepland. Uiteindelijk zal die bezoekronde drie dagen gaan duren…

‘s Avonds worden de biertjes opengetrokken onder de palmbomen: de plaatselijke hangplek voor mister Dandekar en zijn maatjes. Roderick drinkt gezellig met “de mannen” van het dorp mee. Ons verhaal en de zoektocht zijn meteen het gesprek van de dag. Terwijl de biertjes rijkelijk vloeien, vraagt mister Dandekar steeds trots met waterige oogjes: “You like my company?” En elke keer als er een nieuwe man uit het dorp langskomt roept hij: Roderickss! Show your car! Full tour! Duidelijk een mand die gewend is dat er naar hem geluisterd wordt, maar hey, je moet wat over hebben voor een relaxte en gratis parkeerplek.

Vrijdagochtend worden we met een motor opgehaald door Baba, een vriend van de familie. We worden eerst rondgeleid langs alle bezienswaardigheden in de buurt: de tombes van de Maharadja’s (koningen), de witte data mandir tempel op de heuvel en de speciale openlucht moskee daarnaast. Dan is het tijd voor ons eerste familiebezoek: we gaan langs de nicht van de familie Ainulla. De familie bestaat uit 18 mensen: vader, moeder, hun negen zoons (!, die hebben goed gebeden tot Allah) en een dochter, aanhang en al wat kleinkinderen. We worden hartelijk verwelkomd en worden daarna meteen in een kamertje gezet waar weer alleen wij te eten krijgen: we worden overstelpd met het allerlekkerste eten dat we tot nu toe in India hebben gegeten: o.a. heerlijke pittige kip, een paprika gerecht en lekkere chapati’s en rijst. Alleen Baba zit bij ons op het kamertje en maakt ons duidelijk dat we vooral alles met onze handen moeten eten: handen zijn een geschenk van God en daarom het meest geschikt om mee te eten. We waren al gewend om met onze chapati (soort pannekoek) ons eten te pakken en op te eten, maar hoe doe je dat met de rijst? Je gooit wat van de saus op je rijst, verspreidt het er lekker door door wild met je hand te kneden en scheppen en dan naar binnen werken maar! En alles natuurlijk alleen met je rechterhand, want de linkerhand is onrein: die wordt gebruikt om op de wc met een beetje water je billen schoon te maken. We leren hoe we de vrouwen op z’n Hindi/Urdu complimenteren met hun kookkunsten: Kana Bahut Atjabaneh! Als we daarna gezellig met de familie onder de mangoboom zitten, komt er bezoek binnen: het blijkt Shabir te zijn!

De oudste zoon van de Ainulla’s, die een jaar of 15 was toen Sallo in Murud woonde en inmiddels getrouwd is en de trotse vader van twee dochters en een zoon, waarvan er twee inmiddels zelf al kinderen hebben. Je ziet dat hij uitgelaten is door het plostelinge bezoek van familie van Sallo, maar hij toont het niet direct. Hij heeft erg goede herinneringen aan de tijd met Sallo, maar doordat wij geen Urdu spreken en hij geen Engels gaat de communicatie wat lastig. Hij is weer net zo snel weg als dat hij was komen binnenvallen. Ik krijg nog een cadeautje van moeder en de enige dochter: een ketting en oorbellen van nep zilver met gekleurde steentjes. Niet helemaal mijn stijl, maar ik begrijp al snel dat ik die de komende dagen toch echt zal moeten dragen.

De volgende dag lopen we door het dorp, op zoek naar een fotoshop om nog meer foto’s te laten afdrukken. Dan worden we opeens begroet, het blijkt Shabir te zijn, de oudste zoon van de Ainulla’s. Hij zegt dat we om 13.00 uur naar zijn huis komen om bij hem te eten. Ok? We hopen dat we nu niet ja hebben gezegd, terwijl andere familieleden al andere plannen met ons hebben… Maar alles lijkt toch onderling afgestemd, want even later worden we weer door twee motoren opgehaald en afgeleverd bij de “echte” familie Ainulla. Hun huisje staat aan de noordkant van het dorp, naast het kamertje waar Sallo twee maanden heeft gewoond. De meeste van de zoons van de familie Ainulla wonen allemaal nog in het huis waar Sallo 33 jaar geleden hele leuke tijden heeft gehad. Inmiddels is moeder Ainulla helaas overleden, maar de zonen met aanhang en een hele groep kleinkinderen tussen de 1 en 21 jaar wonen in totaal met z’n 24en in het kleine huis. Vader Ainulla is zowaar ook nog in leven: hij is inmiddels 89 jaar oud, een dunne Indiase man met een grote bril. Hij lijkt niet alles meer mee te krijgen wat er om hem heen gebeurd. Ondanks dat begint hij opeens in het Engels te praten, beter en duidelijker dan zijn kinderen kunnen: “I have a message for Sallo: he has to come back to Murud, but he can only come back when he has a wife and childeren.”

Later horen we van Sallo dat hij 33 jaar geleden exact hetzelfde zei.  Wow, nog best fris in zijn hoofd dus! We laten de foto’s aan de familie zien en die vindt iedereen helemaal fantastisch. De kinderen rennen rond en willen allemaal weten welke van de broers en zussen hun vader of moeder is. Als alle foto’s bekeken zijn, pakken zij hun kleine familie album te voorschijn. Een klein mapje met een aantal belangrijke foto’s en wat zit daar tussen: een foto van Sallo met grote baard en bril, duidelijk uit de jaren ’80, en daarnaast twee hele bekende gezichten: de ouders van Roderick! Heel bizar om die foto opeens in een Indiase familie, tienduizenden kilometers van huis, te zien.

Er is veel veranderd in 33 jaar: alle broers en zussen zijn inmiddels getrouwd en hebben kinderen en soms zelfs al kleinkinderen. Shabir is vrachtwagenchauffeur, twee andere broers zijn rickshaw driver en ze laten allemaal trots hun eigen voertuigen zien. Een familie met wie het best goed gaat en toch wonen ze met z’n 24en op die kleine ruimte. Lijkt me best lastig om zo dicht op elkaar te wonen, maar de sfeer is erg gezellig en de kinderen hebben natuurlijk altijd iemand om mee te spelen en een oppas voor je kinderen is ook makkelijk gevonden. Bovendien hoef je hier als je oud bent nooit naar bejaardentehuizen, want je kinderen zorgen natuurlijk voor je en ik denk dat eenzaamheid ook een vrij onbekend begrip is voor de meeste Indiers.  Elk voordeel heb z’n nadeel!

Terwijl we natuurlijk weer lekker en vooral ook veel moeten eten bij de familie, worden er herinneringen aan Sallo opgehaald: ze herinneren zich dat Sallo altijd erg snel at (als je weet hoe snel Indiers eten dan ben ik wel heel benieuwd hoe snel Sallo zijn eten dan naar binnen wist te werken…), erg van vis hield en altijd heel veel katten om zich heen had. Ook bracht hij de kinderen soms naar school en hielp hij met vuurtjes maken. Sallo was als een beste vriend of broer voor hen. We moeten de volgende dag terugkomen, omdat een deel van de familie nog niet aanwezig kon zijn. Vooral de oudste dochter, Maher, die veel op de foto’s staat en waarover moeder Ainulla ooit grappend tegen Sallo zei dat hij haar mee naar Nederland moest nemen, wil ons nog erg graag zien. Maher blijkt een hele leuke vrolijke vrouw te zijn, ouder geworden, maar nog steeds herkenbaar als dat vrolijke open meisje op de foto’s.

Ze is een beetje geemotioneerd om ons te zien en het voelt meteen erg vertrouwd. Na weer een hele leuke middag bij de familie Ainulla, met erg veel foto’s wederzijds, willen we toch echt gaan. Maar dat gaat niet voordat de vrouwen mij een sari aangedaan hebben: de indiase jurk die uit een doek bestaat en op ingenieuze wordt omgebonden, terwijl het er ook nog eens sierlijk uitziet. De vrouwen halen alles uit de kast: gouden sieraden, make-up waarmee ze mij veel te dik opmaken, ze vinden uiteindelijk een topje waar mijn armen wel doorheen passen en dan wordt de sari omgebonden. Ze zijn helemaal verrukt als ik klaar ben en als ik naar buiten stap staat Roderick daar plotseling in een Islamitische Shalwar Kamiz, met bijbehorend hoedje. Iedereen verzamelt zich om ons heen en wij moeten op twee stoelen gaan zitten. Het ziet er net zo uit als op de Indiase foto’s van bruiloften en ik word er gewoon even zenuwachtig van! Iedereen maakt foto’s met zijn telefoon en de camera van Roderick en dan is ons bruiloftsmomentje voorbij. We nemen hartelijk afscheid van deze super lieve familie die ook echt een beetje als familie voelt!

‘s Avonds sluiten we onze bezoekronde aan de Ainulla’s af door nog een keer te gaan eten bij de nicht van de “echte” Ainulla’s, waar de eerste avond ook waren. De vrouwen koken, ik kijk mee, maar de echte geheimen achter al dat lekkers kan ik toch nog niet helemaal ontdekken. Wel heel interessant om te zien hoe de vrouwen met elkaar omgaan: moeder is de baas, dan de oudste dochter en dan de vrouwen van de zonen die na het gearrangeerde huwelijk bij hun schoonfamilie in zijn komen wonen. De mannen kijken tv, praten en spelen met de kinderen. Daarna is het eten weer alleen voor de gasten, de familie eet later: het blijft een raar fenomeen!

Om weer even echt wat tijd voor ons zelf te kunnen hebben, moeten we Murud wel verlaten. Als we op straat lopen komen we steeds familieleden tegen, die ons maar blijven uitnodigen voor lunch of diner of andere leuke uitjes. Wat een gastvrijheid! En als we bij de bus zijn, komen er constant vrienden van Mister Dandekar op bezoek die ook een “full tour” moeten hebben. We denken er over om maar entree tickets te gaan maken om de stroom nieuwsgierige bezoekers, die vaak ongevraagd opeens binnen staan, een beetje in te dammen.

We bezorgen de laatste foto’s in het dorp. Allereerst bij het restaurantje waar Sallo altijd chai dronk: hotel Pradesh. De man met wie Sallo daar op de foto staat leeft inmiddels niet meer, maar zijn zoon herinnert zich Sallo nog goed en is erg blij met de foto. Hij hangt er een thuis op en de ander komt onder de glasplaat van de toonbank te liggen. De man die in Sallo zijn tijd net een colddrink shop (oftewel frisdrank winkeltje, deze zie je in heel India en wordt als 1 woord uitgesproken) had geopend is nog steeds succesvol, maar was helaas nog niet wakker. Daarna naar het postkantoor. Hier kwam Sallo erg vaak om pakketjes te posten of om post vanuit Nederland op te halen. Ja ja, dat waren andere tijden: geen e-mail, geen facebook.. in die tijd ging de communicatie nog gewoon per post en duurde het vaak drie tot vier weken om nieuws vanuit Nederland te ontvangen of andersom. Als we bij het postkantoor aankomen laten we de medewerkers de foto zien en als we zeggen dat Sallo die heeft gemaakt, zegt een van hen meteen: “oh Sallo Polak!” Wij zijn stomverbaasd dat medewerkers van het postkantoor zijn naam 33 jaar later nog weten te herinneren. Degene die zijn naam nog goed herinnert blijkt de zoon te zijn van een van de medewerkers op de foto die nu zelf op het postkantoor werkt. Een erg goed geheugen dus!

Drie dagen vol met familiebezoeken, dat is meer dan in Nederland in een maand! Maar het waren drie erg leuke dagen, waarmee we India weer van een heel andere kant hebben gezien dan de gemiddelde toerist en Sallo een kijkje in zijn verleden hebben gegeven. Missie Spoorloos is geslaagd!

Als we alle mensen hebben opgespoord en onze laatste foto’s bezorgd hebben, springen we in de bus die een heek stuk voller is door alle cadeaus die we hebben gekregen en de twee lifters aan boord. Het zijn weer twee Nederlanders: Wieke en Alfons. Het lijkt erop dat als je langer van huis bent, je Nederlands gezelschap steeds meer gaat waarderen: lekker vertrouwd. Net als die Nederlanders die in de jaren ’50 naar Canada of Australie verhuisten en toen allemaal in het zelfde dorp gingen wonen, met een portret van de koningin boven hun deur. Er staan twee dagen rijden voor de boeg, langs de kust door de groene heuvels naar het zuiden: we gaan naar Goa!  Het blijkt het mooiste ritje te zijn dat we in India hebben gedaan: overal plambomen, kleurige dorpjes en in de verte af en toe de zee.

Xx foto mooie weg langs in verte zee en groene heuvels

Op de tweede dag bereiken we noord Goa. We gaan naar Morjim beach: een rustig strand, maar wel dicht genoeg bij het feestgedruis om dat zo nu en dan eens op te zoeken. Want na onze (bijna) geheelonthouding in Iran en Pakistan zijn we wel toe aan een feestje. Als we in Morjim aankomen en ons eerste rondje over het strand lopen, komen we opeens bekenden tegen: Anja en Patrick met hun twee dochters die we met hun camper al zagen in Udaipur. Voor een restaurantje, aan de rivier hebben zij het perfecte plekje gevonden en wij passen er nog naast.

Maar eerst een cocktail: met onze Pina Colada en echt verse Strawberry Daiquiri in ons hand genieten van het uitzicht over de stranden, palmbomen en de zee van Goa. Dan een duik in de zee… joehoew… WE ZIJN IN GOA! De komende weken zon, zee en strand, lekker eten, gezellige mensen en als je zou willen elke avond een feestje: genieten!

Bekijk hier alle foto’s van deze “etappe”.

 Copyright © 2010-2015 Roderick Polak & Marleen Laverman – All Rights Reserved

You may also like...

Leave a Reply