Return to Adventurous Pakistan

Met gemengde gevoelens staan we weer aan de Pakistaanse grens. Dit keer aan de Indiase zijde. We zijn vijf maanden eerder Pakistan doorgereden en dat was een heel avontuur, waarbij we veel geluk hebben gehad en alles uiteindelijk goed is verlopen. Het nieuws dat we de afgelopen maanden over Pakistan hebben gevolgd is niet erg positief: toenemende anti-Amerikaanse sentimenten door de Drone strikes die steeds meer burgerslachtoffers eisen en dan het geval van een CIA-agent die onlangs twee Pakistaanse jongens dood schoot in de straten van Lahore… Toen we in Goa waren, werden we bovendien door een erg directe bron gewaarschuwd. Een Fransman op een motor stopte naast ons en vroeg ons of we via Pakistan naar India waren gereden. Ja, dat zijn we. Hij had drie jaar geleden exact hetzelfde gedaan, ook in een mercedes 508. Maar toen hij met zijn gezin terug wilde rijden, is zijn reisgenoot uit de bus achter hem gekidnapped in Pakistan, net voor de grens met Iran. Even een plaspauze en weg was hij… Drie maanden ontvoerd geweest en doorverkocht aan verschillende terroristengroepen in Pakistan en Afghanistan en daarna na betaling van losgeld vrijgekomen. De Fransman wilde ons nog even duidelijk maken dat Pakistan geen grap is,.. poeh!  Hopelijk zit dat geluksengeltje van de heenweg nu nog steeds op onze schouders.

Bekijk hier alle foto’s van deze “etappe”.

Welkom in Pakistan

def blog-19

Als we de eerste Pakistaanse truck weer zien staan, valt een boel van de negatieve gevoelens alweer van ons af. Oja, wat zijn dat vette trucks. Elk stukje is bestickerd, beschilderd, deuren van uitgesneden hout  en als ze rijden rinkelen de bellen die overal hangen er vrolijk op los. Het is lekker rustig aan de Indiase kant van de grens en na het invullen van verschillende papieren door de douane beambten zijn we in 1,5 uur door. Langs de tribunes waar elke dag bij het sluiten van de grens de ceremonie wordt gehouden, rijden we naar Pakistan: de Islamitische wereld weer tegemoet. Esalam Aleikum! In het nieuwe customs gebouw worden onze papieren bestudeerd. De beambte bekijkt ons Carnet de Passage (document voor de bus) en kijkt nog eens naar onze bus. “Dat is geen beige”, zegt hij. In de papieren staat namelijk dat onze bus beige is, omdat wij van plan waren om de bus tijdens onze reis te gaan schilderen. We wilden hem zandkleur maken, zodat hij niet zo’n leger uitstraling zou hebben. Maar na overleg met verschillende ambassades hebben we besloten dat niet te doen en dus is de bus nog steeds camouflage. Al die grenzen nog geen problemen met de afwijkende kleur in het Carnet de Passage gehad, maar volgens deze beambte een groot probleem: hij kan ons er niet doorlaten en moet onze bus achterhouden! We krijgen visioenen van onze bus tussen de andere stoffige auto’s met buitenlandse kentekens die daar al maanden of jaren lijken te staan… Nee! Na wat pogingen van ons om hem te overtuigen dat het chassisnummer en het nummer van de motor wel kloppen, komt er een collega bij die milder gestemd is en besluiten ze inderdaad die nummers eerst maar eens te gaan controleren. In de bus beginnen ze te vragen naar Whisky. Nee, dat hebben we niet, wel één onschuldig biertje uit India. Wat? Bier? Als een ware troffee wordt het biertje meegenomen uit de koelkast, het customsgebouw in. De beambte zet het neer en al snel komt er een groepje nieuwsgierige collega’s op af. Wat is dat? Bier?! Ze kijken ernaar of ze nog nooit zoiets gezien hebben, ik geloof dat ze vooral “goede” toneelspelers zijn. Ja, dat biertje is inderdaad een probleem. Dat moeten ze innemen, jammer maar helaas. We worden op het matje geroepen bij de directeur  van de customs. Met de troffee in zijn handen loopt de beambte naar het kantoor van de directeur, wij lopen er achteraan. Maar in plaats van dat we een tirade krijgen over het meegenomen biertje, biedt hij ons thee met koekjes aan. Het biertje wordt ondertussen in kranten gewikkeld en onder het bureau verstopt. Hij is erg geïnteresseerd in onze ervaringen tijdens deze reis en het verschil tussen het leven in Europa en dat in Pakistan. Als we na de thee weer vertrekken, stopt hij ons het in kranten gepakte biertje toe en zegt dat we het achter ons Carnet moeten verstoppen en weer mee de bus in kunnen nemen. Met bus én biertje rijden we 13 april 2011 voor de tweede keer Pakistan in!

Nieuwe blik op heet Lahore

Grappig hoe je blik op een land kan veranderen door ervaringen die je hebt gehad. De vorige keer dat we in Lahore waren leek dit zo’n compleet andere stad dan de steden die we tot dan toe kenden. Nu doet het erg aan India denken en voelt het opeens een stuk bekender. Alleen de opschriften en spandoeken zijn nu in Arabisch schrift in plaats van Hindi. We rijden Lahore in en besluiten deze eerste nacht in Pakistan de veiligheid maar op te zoeken en naar een Guesthouse te gaan waar eigenlijk alle toeristen in Pakistan naartoe gaan: Regal Internet Inn. Net voor we er zijn draait op een druk kruispunt een Pakistaanse man zijn raam open. In plat Amsterdams zegt hij: “Hé, komen jullie uit Holland? Ik kom uit Amsterdam!” Dat verwacht je niet midden in miljoenen stad Lahore.  Het erg populaire Regal Internet Inn is helaas zo goed als leeg… dat wil wat zeggen over het aantal toeristen in Pakistan. De enige gast die er wel zit is een meisje uit Nieuw Zeeland dat alleen op de motor op weg is van Australie naar Afrika. En het toevallige is dat wij via e-mail al contact met haar hebben gehad, omdat we van plan waren samen door Pakistan te reizen. Door verschillende planningen leek dat niet te gaan lukken, maar nu zitten we hier toch samen in het Regal Internet Inn! Super leuk om al onze verhalen uit te wisselen. Ze is van plan om naar Noord Pakistan te gaan, een idee dat ook al een tijdje in ons achterhoofd spookt. Door haar plannen en de boekjes die in het guesthouse liggen, wordt onze zin in bergen en het onbekende noorden wel steeds meer geprikkeld… wie weet!

Het is half april en je voelt dat de zomer er in Lahore echt aan zit te komen. Het is nu 37 graden overdag en dat is in deze zwaar vervuilde overvolle stad geen pretje. In Lahore zijn er regelmatig powercuts door een tekort aan electra in de stad: hoe warmer het is, hoe meer electriciteit er wordt gebruikt door onder andere airconditionings en dus hoe langer de periodes dat er geen electriciteit is. Op het moment is er acht uren per dag geen electriciteit voor alle inwoners van Lahore. Maar opzich is het al een luxe als je electriciteit hebt. Er zijn ook genoeg mensen in deze stad van zes miljoen inwoners die blij zijn als ze een dak boven hun hoofd hebben. Op straat zie je regelmatig hele families onder een tentzeiltje leven. En voor het Regal Internet Inn zit elke dag een zo uitgemergelde man dat zijn voeten zo enorm groot lijken in verhouding tot de rest van zijn lichaam. Hij kijkt in het niets terwijl de vliegen om hem heen zoemen. Moeilijk om te zien en ik vraag me af of de mensen van het theestalletje, de bloemenstal of misschien de eigenaar van ons Guesthouse naar hem omkijken en hem helpen. Ik neem me voor daar eens naar te vragen.

Naar de kerk, in de krant

Na een nacht in het guesthouse besluiten we dat 3,50 euro per nacht toch wel erg duur is (ahum) en dat we lekker weer in ons eigen busje gaan slapen. Van andere reizigers hebben we gehoord dat je in Lahore bij een kerk op het terrein goed kan parkeren. Bij de vlakbij gelegen kerk hebben ze daar nog nooit van gehoord, maar de “Father” heet ons van harte welkom. Lekker veilig toch bij een christelijke kerk in Pakistan? Aan de vestingachtige bewaking kan het in ieder geval niet liggen. Wij hebben een lekker rustig plekje, alleen de uitnodigingen om toch maar eens naar de mis te komen zijn een beetje lastig af te slaan na twee dagen..

En na een jaar reizen hebben we dan ook eindelijk onze ‘minute of fame’ te pakken. Via via komen we in contact met een Pakistaanse journalist van de Business Recorder, één van de grootste kranten van Pakistan. Samen met hem maken we een wandeling door een park in Lahore terwijl hij ons interviewt over onze reis, onze ervaringen met Pakistan en moslims in het algemeen. Een paar dagen later staan we inderdaad in de krant: op pagina vijf van deze landelijke krant.

Onder de welluidende titel “Pakistanis are peace-loving people” wordt onze oproep om te komen tot meer begrip en contact tussen het westen en de moslim wereld bijna zoetsappig neergezet. Helaas geen foto, maar wel de krant gehaald!

Op weg naar het Noorden

Na een aantal dagen in Lahore hakken we de knoop door over het vervolg van onze route. Onze Zwitserse vrienden zullen over een week in Lahore zijn, waarna we samen de tocht door Pakistan naar Iran zullen gaan rijden. Tot dat moment hebben we de tijd om wat meer van Pakistan te zien. We besluiten daarom toch naar het noorden te gaan en een deel van de beroemde Karakorum Highway (KKH) te gaan rijden. De KKH is de hoogste geasfalteerde weg ter wereld en gaat van Pakistan door de Himalaya naar China. Een knap staaltje engineering langs de hoogste bergtoppen van de wereld. Door de zware omstandigheden waaronder de Chinezen en Pakistanen aan deze weg werkten en de bijna technische onmogelijkheid van het project,  wordt het ook wel  het negende wereldwonder genoemd. Wij zullen maar een klein deel van deze weg kunnen rijden vanwegde de beschikbare tijd, maar het vooruitzicht van bergen en de bijzondere mensen die daar wonen maakt ons blij.

Samen met de Nieuw Zeelandse Danielle op haar motor vertrekken we 16 april richting het noorden. Onze bus en haar motor zijn bepakt met de nodige boodschappen, maar als we Lahore willen verlaten, zie ik opeens een ambulance staan. Er heeft zich een groepje mensen verzameld op de plek waar de uitgemergelde man vaak zit. Vanonder een stuk plastic dat hij kennelijk heeft gebruikt als deken, zie ik zijn knokkige been steken… hij ligt roerloos en al snel zie ik dat hij dood is.. Nee! Opeens is hij er niet meer, ik zag het aankomen. Ondanks mijn voornemen heb ik het er met niemand over gehad: niet met de eigenaar van het guesthouse, niet met de journalist, niet met de mensen van de theestal. Allemaal mensen die dit ook moeten hebben zien aankomen, maar ondanks dat voel ik me erg verdrietig, geschokt en een beetje verantwoordelijk.. zo confronterend om iemand zo langzaam te zien sterven op straat. Honderden mensen die er dagelijks langslopen en (net als ik!) niets doen. Hopelijk was dit de beste oplossing voor de situatie van deze man… Met een brok in mijn keel en een gevoel wel heel ver van huis te zijn, verlaten we Lahore om richting het noorden van Pakistan te gaan.

Danielle volgt ons op haar motor. Een bijzondere dag  voor haar, want ze wordt 30! We nemen de Motorway naar Islamabad, die niet toegankelijk is voor motoren aangezien het in Pakistan verboden is een motor te bezitten van meer dan 250cc. We doen net alsof we van niets weten en gaan de weg op. Enigzins gestresst dat de politie haar van de weg zal sturen, rijden we de 350 kilometer over een perfecte bijna verlaten driebaansweg, met meer Subways en KFC’s dan aan de Nederlandse snelweg, naar de hoofdstad van Pakistan: Islamabad. Als je niet zou weten waar je was, zou je gokken dat je op een Amerikaanse snelweg reed. Bizar! Een heel andere kant van Pakistan dan die we de vorige keer hebben gezien. Ik ben in de war, is dit ook Pakistan?

Hiep hiep hoera in Islamabad

 

Als we Islamabad bereiken, is toch wedef blog-04er duidelijk dat we in Pakistan zijn. Voordat we de stad in mogen, wordt onze bus gecontroleerd bij de politiepost met weg blokkade. Geen explosieven aan boord en onze paspoorten zijn ook ok. Dan mogen we gaan. Islamabad is kort na de onafhankelijkheid van Pakistan aangewezen als de plek waar de nieuwe hoofdstad zou moeten komen. In de jaren ’60 is hier een compleet geplande stad gebouwd, ingedeeld in sectoren die een nummer hebben in plaats van een naam, en straten die met weinig fanatasie gelegd zijn. Een stad met een rare, doodse sfeer. Wat een tegenstelling met de chaos van Lahore.  Bij Islamabad is een camping, speciaal voor buitenlanders. Maar verwacht niet zoiets als in Frankrijk. We komen aan bij een hek met daarnaast een wachtpost. Achterop het terrein staan de tenten van het Pakistaanse leger opgesteld en van daaruit komt een soldaat aangelopen om het hek voor ons te openen. We kunnen zelf een plekje zoeken en mogen hetzelfde smerige gebouwtje als de soldaten gebruiken als toiletgebouw. Op de camping staan ook twee Zwitsers die met hun landcruiser een reis van vijf jaren over de hele wereld aan het maken zijn en het Zwitser leven gevoel op hun geheel eigen wijze ervaren.  Niet lang nadat we zijn geïnstalleerd en we de verjaardag van Danielle willen gaan vieren met het meegesmokkelde biertje, wordt Danielle ziek. Wat een timing! Hopelijk doet een nachtje slapen haar goed. Zondagochtend worden we wakker terwijl de regen al de hele nacht onafgebroken op ons dak stort. We zijn in Islamabad, op de camping en vandaag word ik 30. Joepie wat een feest! Kan me betere plekken voorstellen om jarig te zijn, maar hé.. snel vergeten zal ik het niet! Roderick versiert de bus met slingers en maakt een lekker ontbijtje voor me, dus het verjaardagsgevoel is er toch nog een beetje. Mijn enige gast blijkt er vannacht niet echt beter op geworden. Ze voelt zich zwaar beroerd en gooit alles eruit wat maar binnenkomt. Maar vanuit ons bed volgt ze mijn verjaardagsparty, gezellig! Het regent, regent, regent en we spelen spelletjes en verzorgen de zieke. Geen big party dit jaar, maar uiteindelijk wel een relaxte dag.

De Pakistaanse Himalaya in zicht

Via een weg die al eeuwen lang door vele karavaans is bereden en deel uit maakte van de zijderoute waarover de handel  van Europa naar Azië ging, rijden we de bergen tegemoet. Onze eerste plaats van bestemming is Thandiani : een mini bergdorpje zo’n 15 kilometer van de “slaperige provinciestad” Abottabad, die twee weken later wereld bekend zou zijn… Van de hitte in de rest van Pakistan is niets meer te merken op de 2.700 meter hoge berg.  Op de onverharde weg er naartoe ligt nog sneeuw, maar de bus en Roderick laten zich nergens door tegenhouden en voor we het weten staan we op de top. Hier zou een hotel zijn, maar de twee gebouwen die er staan lijken compleet verlaten.  We parkeren bij één van de verlaten gebouwen en genieten van het uitzicht: rechts de machtige Nanga Parbat van meer dan 8.000 meter hoog en links kijk je zo de Swat-vallei in. Bizar om hier te zijn en de namen te horen van steden en gebieden die je normaal alleen op TV ziet, en dan als plekken waar je beter niet naartoe kunt gaan. De sfeer op onze berg is echter heel vredig en we genieten van het winterse gevoel en ons gaskacheltje die het na bijna een jaar ongebruikt te zijn geweest in één keer doet. Als we lekker zijn geïnstalleerd komt er een man gehuld in warme dekens omhoog. Het blijkt dat we op militair terrein staan. Het gebouw waarbij we hebben geparkeerd blijkt een vakantiehuis voor officieren van het Pakistaanse leger te zijn. Hij is vriendelijk en pleegt uiteindelijk een telefoontje en dan is het ok als we hier voor een nachtje blijven staan. Als zijn oudere college even later ook naar boven komt, lijkt het erop dat we toch weg moeten. Kan me ook best voorstellen dat het een beetje raar is als er opeens twee Europeanen op jouw berg staan, waar verder nooit iemand komt. Die Europeanen rijden ook nog eens in een leger bus en zijn helemaal naar Pakistan gereden?! Maar Roderick weet hen uiteindelijk te overtuigen dat het echt allemaal goed zit en dus mogen we een nachtje blijven. Om de gastvrijheid compleet te maken komen ze ons ook nog eens een lekker toetje brengen, waarna wij hen een bord pasta geven waarvan ik me afvraag of ze dat echt hebben opgegeten. We worden uitgenodigd om bij hen binnen te komen zitten. Daar zitten we dan, om een olielamp in een steenkoud gebouw, weggedoken in de dekens van de soldaten, midden in de bergen van Pakistan. De jongste soldaat kan wat Engels en is erg nieuwsgierig naar het leven in Nederland. “Is it true that in your country you have houses for old people?” Ja.. wij brengen onze bejaarden naar bejaardentehuizen.. wat klinkt dat opeens harteloos hè? “Is it true that you have no cows and chickens, but animals as friends and you give them names?” Ja, dat klopt ook, we houden onze dieren in huis, gewoon voor de lol en we geven ze meer en beter eten dan sommige mensen in de wereld hebben. Ook best bizar. “Is she your coussin?” Nee, we zijn bij elkaar omdat we verliefd op elkaar zijn en we zelf voor elkaar gekozen hebben, niet uitgehuwelijkt dus. Gelukkig maar! Heel erg interessant om dat andere perspectief op onze gewoonten te zien. De soldaten zijn erg onder de indruk van wat wij hebben gedaan, dat we gewoon helemaal daar naartoe zijn komen rijden! Een hele mooie en bijzondere avond. “Muslim, Christian, we all have the same blood. We are brothers!” En dat is helemaal waar!

Als we ’s ochtends wakker worden in het winterweer met een zonnetje en uit ons raampje staren naar de enorme witte bergen, zie ik de oudste soldaat kijken naar iets dat onder onze bus ligt. We schenken er verder niet veel aandacht aan en staan op. Even een frisse wandeling maken in de ochtendzon. Hoe koud zou het eigenlijk zijn geweest vannacht? We hebben een thermometer in de bus, waarvan de buitensensor nog steeds niet is gemonteerd. De buitensensor heb ik de avond onder de bus gelegd, zodat we konden zien hoe koud het hier wel niet is. Als we terugkomen blijkt de thermometer de buiten temperatuur niet aan te geven en als ik onder de bus kijk is de buitensensor ook nergens te vinden. We zoeken rondom de bus, nergens te vinden. We vragen uiteindelijk de twee mannen of zij de thermometer misschien gezien hebben. Nee, ze hebben geen idee. “Maybe an animal took it”. Opeens realiseren we ons dat die buitensensor er wel heel verdacht uit ziet. Een grijze box, met kleine gaatjes erin, waarop staat receiver/transmitter… Wij staan onuitgenodigd op hun terrein, we rijden in een legerbus… opeens beseffen we ons dat het dat ding was waar de oude soldaat vanmorgen naar stond te kijken. Waarschijnlijk vertrouwde hij de boel niet en heeft het ding vernietigd of in het ravijn gegooid toen wij een rondje liepen. De jonge soldaat probeert te helpen zoeken en herhaalt maar dat het hem zo spijt en de oude soldaat kijkt vanaf een afstandje toe. Wat een vervelende situatie! We drinken nog een heerlijke chai met hen en dan gaan we er vandoor. Echt jammer dat zo’n leuke ontmoeting met zo’n vervelend gevoel voor ons allemaal moet eindigen… We drukken hen op het hart dat het echt geen probleem is voor ons en dan gaan rijden we weer naar beneden.  Vannacht heeft het gevroren en de sneeuw die gister lekker zacht en nat was is aangevroren en behoorlijk onbegaanbaar. Nog steeds te lui om onze schoenen uit de doos te halen, lopen we daar op slippers de sneeuw weg met een schep en een bord weg te scheppen, koud! Uiteindelijk rijden we veilig de berg weer af, richting het dal. Daar regent, onweert en hagelt het ondertussen enorm. Zo erg dat de Karakorum Highway (KKH) vanwege wateroverlast deels is afgesloten en we door de straten van Abottabad worden omgeleid. Zo’n anderhalf uur lang manouvreren we door smalle straatjes, terwijl het water als rivieren langs ons heen stroomt. Kinderen trekken hun schoenen uit en rennen van school naar huis, mannen met mooie bruine wollen hoedjes en gegroefde gezichten schuilen voor de regen en taxibusjes zitten propvol met vriendelijk naar ons lachende gezichten. Dan kunnen we onze route op de KKH eindelijk vervolgen en rijden we dan echt op die wereldberoemde weg. We rijden daarna de Kaghan Valley in, en dan bergopwaards richting het plaatsje Shogran. De weg daar naartoe is stijl en ontzettend smal en hier en daar mist het afsfalt compleet. Als we boven komen zien we alleen 4×4 voertuigen staan en de mensen zijn verbaasd dat wij met onze bus naar boven zijn gekomen. Het stond op de kaart dan ook aangegevan als een 4×4 weg. Maar we hebben het gehaald en het uitzicht is echt prachtig! Als de zon ’s avonds ondergaat verlicht hij de toppen van de zes kilometer hoge bergen met een mooie roze gloed.. wow! De volgende dag lopen we naar de dichstbijzijnde top. Grotendeels door de sneeuw waar we soms diep in wegzakken. Op de top is een bevroren bergmeer omringd met een panorama van de hoogste bergen van de Himalaya, heel indrukwekkend.

Ontmoeting met Pakistaanse bergbewoners

De volgende dag rijden we verder de Kaghan Valley in. Het is een vrij smalle vallei en overal onderweg kom je landslides tegen: plekken waar hele bergwanden naar beneden zijn gekomen en waar met man en macht wordt gewerkt om de weg begaanbaar te houden.  Het eerste dorpje waar we stoppen zijn de mensen wat afwachtend, maar uiteindelijk wel erg vriendelijk. Daarna stoppen we in Mahandari: een druk en sfeervol dorpje tegen een achtergrond van ruige rotsige pieken.  Het is een drukte van belang: overal mannen en jongens en af en toe en groepje schoolmeisjes. Ze kijken ons (met name mij ;-)) vaak verschrikt aan en een aantal vinden het wel interessant en volgen ons. Zo worden we bij ons tochtje door het dorp al snel vergezeld door een man die wat Engels kan en daarachter een groep van zo’n twintig kinderen/volwassenen.  Heel leuk om hier te zijn. Maar het voelt toch anders dan in Iran of India een willekeurig afgelegen dorpje inlopen. Je weet niet hoe de mensen zullen reageren, of er misschien toevallig een aantal mensen wonen die minder blij zijn met bijvoorbeeld Amerikanen en ons daar ook toe rekenen. Hier zullen we toch minder snel uitgaan op een uitnodiging om mee naar huis te gaan. Wel jammer dat dat gevoel op de achtergrond meespeelt, terwijl er waarschijnlijk alleen maar goedwillende mensen in dit dorpje wonen. Maar ja, safety first hè? We drinken thee, worden meegenomen naar een lekker restaurantje en ik krijg armbanden van de man die ons zijn dorpje heeft laten zien. Wat een gevoel van gastvrijheid weer, dat blijft toch wel erg opvallend in de islamitische landen. Dan nemen we weer afscheid van deze lieve mensen en rijden we weer terug de vallei uit, richting Abottabad.

In het “slaperige provinciestadje” Abbottabad, vernoemd naar de Britse officier James Abbot, bevindt zich het grootste opleidingscentrum voor Pakistaanse militairen: de Pakistaanse Militaire Academie. Het stadje heeft  een uitgebreide bazaar waar wij een ochtend lekker rondstruinen.

 

Roderick koopt, tot grote tevredenheid van de mannen daar, een Pakistaanse shalwar kameez: lang overhemd met bijbehorende broek. Zo valt ie straks helemaal niet meer op tussen de Pakistanen. Op straat wil iedereen op de foto: de bananenverkoper, de slager, de oude mannen die als ondeugende jongens door het dorp heen struinen, etc..  In een sportwinkeltje kopen we een handgemaakte leren voetbal, waar groot Abbottabad op staat. Een collectorsitem inmiddels?

Daarna verlaten we het mooie noorden van Pakistan. Hier willen we nog weleens naar terug. Hopelijk wordt dit in de toekomst een veiliger plek, zodat je nog meer kan genieten van al het moois dat dit deel van Pakistan te bieden heeft.  We vervolgens onze weg terug richting het hete midden van Pakistan. De komende terugweg door het midden en westen van Pakistan , met de vele politie escortes, door onveilige gebieden, drukt ongemerkt toch best zwaar op onze schouders.  De spanningen lopen op en we zijn niet altijd even lief tegen elkaar, maar samen zullen we het wel halen.

Terug richting Islamabad en Lahore

Als we na een kleine week terug zijn op de camping in Islamabad, blijkt deze heel wat drukker te zijn dan toen we vertrokken. Er staat inmiddels een bont gezelschap. Onze Nieuw Zeelandse vriendin op de motor is inmiddels weer volledig herstelt en klaar om morgen te vertrekken. In een van de zeer basic huisjes op het terrein is een Duister getrokken die op zijn motor al vijf jaar de wereld rondreist, van het geld dat hij verdiende met een lucratieve handel in Nederlandse plantjes, als je begrijpt wat ik bedoel. In het gras staat een klein tentje van een Zweedse jongen die op de fiets onderweg is van Nepal naar Zweden. Reden? Een uit de hand gelopen weddenschap in de kroeg op kerstavond vorig jaar. Helemaal in een hoekje, afgezonderd van de rest, staat de vrachtwagen van een wat chagerijnige Duitse man van 76 die geen woord Engels spreekt en in Pakistan vrienden maakt door Heil Hitler te zeggen (ja, daar kan je in Pakistan vaak nog vrienden mee maken..). Een mooi moment om ons meegesmokkelde biertje en de toevallig ontdekte restjes wodka uit onze bus op te maken en te praten met al deze bijzondere wereldreizigers.

Twee dagen later rijden we terug naar Lahore. Hoe meer we afzakken naar het zuiden, hoe warmer het wordt. Het goede nieuws is dat onze Zwisterse reismaatjes Jill en Janos inmiddels in Lahore zijn aangekomen en we ons dus kunnen gaan voorbereiden op de tocht naar Iran. In Lahore is de temperatuur uitzonderlijk hoog voor de tijd van het jaar: 47 graden overdag. De stroom valt steeds vaker uit en zonder ventilator hoor je echt iedereen puffen en steunen: het is echt te heet om je te bewegen. En dan te bedenken dat de zomer nog moet gaan beginnen! Ben erg blij dat ik hier niet woon. Om de hereniging met onze vrienden te vieren gaan we lekker uitgebreid eten in de Food street van Lahore. In de hitte, want ook ’s avonds komt de temperatuur niet beneden de 35 graden, eten we heerlijke gegrilde mutton tikka en sheesh kebab. Wat een vlees wordt hier in Pakistan gegeten: alles wat de hindoes in India niet eten, eten ze hier extra lijkt het wel. Een uitje in Lahore is niet compleet zonder naar Icecream Street te gaan, waar je naast lekkere ijsjes een super grote verse  aarbeienshake voor 50 cent kan kopen..hmm!

 

 We gebruiken de volgende dag om onze was van de afgelopen vijf weken te doen en de bussen vol te gooien met broden, water, rijst, groenten en blikvoer. Hier moeten we de komende zes dagen in ieder geval mee verder kunnen. Want we rekenen erop dat boodschappen doen de komende dagen niet meer kan. Het wordt ruim 2.000 kilometer rijden over slechte wegen en door gevaarlijk gebied, met  hopelijk politie escortes zo nu en dan. In tegenstelling tot de heenweg, rijden we deze keer de zuidelijke route. Dit is de gangbare route door Pakistan en hopelijk levert ons dat minder problemen op dan de vorige keer. Op 26 april zijn we klaar om te gaan!

Op missie door Pakistan richting Iran

Het ontbijt zit erin, de bus van ons en die van Jill en Janos zitten vol met eten en water, we rijden weg uit Lahore. Op naar Iran,  onze eerste etappe is gestart!  Na eerst een verkeerde weg te hebben genomen, rijden we uiteindelijk op de juiste richting Multan. De vorige keer reden we hier nog met zwaar bewapende politie in een pick-up voor ons, nu is de politie in geen velden of wegen te bekennen. Ook als we door het rommelige en chaotische Multan rijden, komen we geen politiepost tegen. De vorige keer konden we hier alleen onder politiebegeleiding de bus uit en bijvoorbeeld groenten kopen..  Wat nu? We rijden maar weer rustig door, verder richting het zuiden van Pakistan. En dan begint het donker te worden. Nog steeds geen politie of politiepost gezien en op dit stuk hebben de meeste reizigers toch echt wel begeleiding. We zoeken uiteindelijk maar een slaapplek bij een tankstation. Nadat we goedkeuring hebben van de medewerkers parkeren we de bussen en maken een lekker avondmaaltje. Als we het nog niet op hebben, komt er een auto aangereden met een aantal mannen. Het blijkt de baas van het tankstation te zijn, die het een te groot risico voor de veiligheid vindt als wij hier parkeren. Hij weet wel een politiestation waar hij ons vervolgens naartoe brengt. Als Roderick en Janos in gesprek gaan met de niet zo vriendelijke politieagenten, wacht ik netjes in de bus, zoals dat van een vrouw in Pakistan wordt verwacht. Jill is nog niet helemaal gewend aan haar nieuwe rol en springt naar buiten op haar blote voeten om zich met het gesprek te bemoeien. “Why has your wife no shoes? Put her in the car!” zegt de politieman nors tegen Janos. En daarmee waren de Pakistaanse man-vrouw verhoudingen ook meteen voor haar duidelijk. De politie heeft geen zin om ons onderdak of een parkeerplaats te geven. We moeten dus weer verder op pad. Ze verwijzen ons naar een hotel restaurant, dat we ergens verder op zouden moeten tegenkomen. In het donker zoeken we naar de plek die ze bedoelen. Onderweg worden we uiteindelijk opgepikt door de Highway Police en die brengt ons naar de veilige locatie. En dat blijkt geen verkeerde plek te zijn: een parkeerplaats bij een terras op een heus groen grasveld! Ja, dat is heel bijzonder als je net vijf maanden in India en Pakistan bent geweest. Helemaal blij met onze relaxte splaapplek en gerustgesteld door de bewaker die met zijn geweer over het terrein patrouilleerd, hebben we een rustige nacht.

Als we de volgende dag wakker worden loopt er een enorme kudde kamelen langs onze parkeerplaats. Als ik snel buiten het hek ren om een foto te maken, komt de security met zijn geweer achter me aan ter bescherming. Oja, we zijn in Pakistan… Vandaag staat er 450 kilometer op het programma. Ons doel is de plaats Sukkur, het zuidelijkste puntje van onze route door Pakistan.  De wegen zijn enkelbaans, maar het is vrij rustig gelukkig. De omgeving bestaat voornamelijk uit woestijn, waar de kleurrijke kleding van de mensen zo mooi tegen afsteekt. Dit deel van Pakistan lijkt erg op India, maar toch voelt het net even anders. Misschien ook door de veiligheidssituatie, waar je je wel constant van bewust bent. Het is vandaag weer super heet. Onze thermometer geeft een error wanneer we hem voor in de bus zetten en de maximum temperatuur die hij weer kan geven is 55 graden…. We hebben geen airco, maar de plantenspuit en de natte doeken op onze hoofden, brengen voor even verkoeling. Constant moeten we water drinken. Geen lekker koud water, maar water dat zo warm is als thee die je net kan drinken. Ik ben erg blij dat we hier hopelijk binnen een week vanaf zijn. Ook op deze tweede dag van onze missie is de politie nergens te bekennen. Het voordeel daarvan is dat we kunnen stoppen wanneer we willen. Zo zien we een hele straat met werkplaatsen voor die super mooi versierde Pakistaanse trucks. We stoppen daar en kopen wat oude onderdelen van Pakistaanse trucks. Voor ons super leuk, de mannen daar begrijpen niet wat we er mee moeten maar zijn erg blij met het extraatje dat de verkoop voor hen oplevert. Voor dat het donker is bereiken we ons einddoel voor vandaag, Sukkur. Daar moeten we zelf op zoek naar het politiestation om een veilig plekje voor de nacht te vinden. Na rondvragen bij verschillende officieel uitziende gebouwen in de stad, vinden we het uiteindelijk. Nadat Roderick en Janos weer even deel hebben genomen aan een bijeenkomst van gewichtig doende mannen, mogen we onze bussen op het terrein parkeren voor de nacht. Door de hitte van de afgelopen dag voel we ons behoorlijk gesloopd en best wel een beetje vaag. Bovendien krijg ik nog eens darmproblemen ook… lekkere timing!

Na een nacht waarin we allemaal nauwelijks slapen door de hitte en de muggen, gaat om 5.30 uur de wekker en 10 minuten later staat de elite corps klaar om ons te begeleiden. Eindelijk politie escorte denken we. Ik voel me nog steeds belabberd en gezien de omstandigheden begin ik maar direct met een antibiotica kuur en imodium. Gelukkig helpt dat erg goed. Nadat we een kilometer hebben gereden is het alweer gedaan met onze politieescorte. Gelukkig krijgen we even later een nieuwe escorte, wel met kapotte auto waardoor we erg langzaam moeten rijden. We zijn onderweg naar Quetta en dat is 400 kilometer in totaal: als we het willen halen in een dag, moeten we dus flink doorrijden. Het landschap is verder vooral vlak, leeg en droog. We rijden grotendeels zonder politie escorte, bij de politiepost zegt men dan dat dit een veilig gebied is en we alleen verder kunnen rijden. Vreemd, want volgens meerdere bronnen is dit één van de onveiligste gebieden. Onderweg zien we veel tentenkampen van de VN, USAID en de UNHCR, nog steeds voor de slachtoffers van de overstromingen van bijna een jaar geleden. Vlakbij de kampen zitten er regelmatig bedelende mensen langs de kant van (of op!) de weg. Raar om te zien en zo langs heen te scheuren.  De kwaliteit van de wegen valt heel erg mee, zeker als je het vergelijkt met de route die we op de heenweg reden. Toen waren de wegen op veel plaatsen gewoon verdwenen door de overstromingen, hier is dat maar op kleine delen het geval. We zitten lekker op schema: rond 14.00 uur in de middag naderen we de Bolan pass. Dit is de bergpas door de ruige bergen ten zuiden van Quetta. Deze weg wordt al duizenden jaren gebruikt als handelsroute van Zuid Azië richting o.a. Afghanistan, waar we nu nog maar 120 kilometer van verwijderd zijn. Verschillende etnische groepen bepalen de regels in deze regio: op de weg gelden de regels en wetten van de regering, 20 meter ernaast die van de lokale stammen. Ondanks dat horen we van de militairen in het gebouw dat er uitziet als een professioneel gebouwd zandkasteel, dat het veilig is om daar zonder escorte doorheen te rijden.

Door de kale, beige bergen, stroomt een helder blauwe rivier. De weg kronkelt langs deze bergen, waarvan de rotsen soms zorgen voor smalle doorgangen. Als we een bocht om komen, zien we opeens een lange rij trucks staan. We rijden ze voorbij, maar de rij gaat kilometers lang door… en dan staan we ook vast. We begrijpen dat de file 20 kilometer lang is en dat hij er al sinds de avond ervoor staat. Mensen proberen via de rivierbedding verder te rijden, maar wij staan inmiddels zo vast dat we dat niet meer kunnen proberen. Daar staan we dan… overal om ons heen trucks, olietankers op weg naar Afghanistan (gewild doelwit voor opblazing), bussen en vooral heel veel mensen. En dat in gevaarlijk gebied, zonder escorte en met mensen die al een nacht lang in de file staan en van wie het humeur misschien niet zo heel gezellig meer is… Hhmm… dit voelt niet erg veilig. We kunnen geen kant op en de mensen verzamelen zich al rondom onze bussen. In eerste instantie zijn ze wat afwachtend, maar als we uiteindelijk besluiten dat een praatje maken misschien nog wel de beste oplossing is, komen ze helemaal los. Mensen zijn aardig en nieuwsgierig, baby’s worden aan ons geshowd en op de foto willen de meeste mensen erg graag.

by Jill & Janos

De file duurt en duurt… we bereiden ons al voor op een nachtje slapen in de file. Gelukkig geven de mooie trucks en de nieuwsgierige mensen wat afleiding. Ondertussen proberen een politieagent en wat vrijwilligers het verkeer weer in goede banen te leiden.  Na vijf uren stil staan komt er echt wat beweging in de enorme optocht aan voertuigen. Langzaam maar zeker leggen we de laatste 40 kilometer af naar Quetta. Wederom in het donker (ja, het lijkt ons niet te lukken om rijden tijdens de duisternis te vermijden) zien we licht opdoemen: de stad! Voor we de stad in kunnen, moeten we opeens wel een escorte hebben. Misschien ook niet zo vreemd, want Quetta is een gevaarlijke stad. De bevolking heeft sterke banden met Afghanistan en bovendien vinden er nog regelmatig ontvoeringen plaats. Afgelopen december (twee weken nadat wij er waren!) is er nog een Zweedse jongen ontvoerd die dacht dat een krantje halen zonder politie escorte toch nog wel moest kunnen… Nadat zijn familie 40.000 euro losgeld betaalde, was hij weer vrij. Na lang wachten op onze escorte worden we naar het Bloomstar Hotel gebracht, waar we kunnen parkeren en slapen in de bus. Uiteindelijk moeten we veel meer betalen dan afgesproken. Ja en dan ga je in Quetta niet even op zoek naar een ander hotelletje… dat weten ze natuurlijk. Ondanks dat genieten we van een douche na drie dagen zweten in 47 graden of meer.

Bye Bye Subcontinent

Om 8.00 uur in de ochtend staat de politieescorte weer voor de deur. Voor we Quetta uitrijden gooien we onze tanks nog even vol met diesel, want de komende ruim 800 kilometer wordt het tanken lastig doordat er eigenlijk geen tankstations meer zijn, als je gelukt hebt kom je drums met gesmokkelde diesel tegen. Als we het stoffige, drukke en chaotische Quetta  uit zijn gereden en we de leegte van de rest van Balochistan tegemoet rijden, besef ik me dat we het Subcontinent nu echt gaan verlaten. Dag te mooie trucks voller dan vol bepakt met mensen en bagage, dag chaos en rommel , dag straten waar altijd wat te zien is. Het is zo’n compleet andere wereld dan de onze en de ervaring daarvan zullen we zeker gaan missen. Maar ook fijn om de “normale” wereld weer tegemoet te gaan. Het leuke is dat Iran, toen we vertrokken nog een onbekend en bijna eng land, nu voelt als de normale wereld. Maar eerst rijden we nog door het lege landschap van Balochistan, met nu aan onze rechterhand Afghanistan op zo’n 35 kilometer afstand. We rijden langs de bergpas Lakhpass, waar we de vorige keer sliepen bij een politiepost en waar we bang waren dat we naar Afghanistan werden geleid in plaats van Quetta. Een politieman van de post in Lakhpass herkend ons nog en Roderick en Janos gaan met hem op de foto. We rijden langs dorpen van compleet van zandgebouwde huizen, we zien kamelen onderweg en vooral veel eindeloze vlaktes met hier en daar de droge bergen. De escortes in Balochistan verlopen zowaar erg soepel en efficiënt, een wereld van verschil met de vorige keer. De politie heeft auto’s en we rijden lekker door, hoeven nauwelijks te registreren in de boeken die er liggen.  Onderweg gebaren jong en oud iets met hun handen: ze houden een hand opengevouwen en met de andere maken ze een schrijvende beweging… aah de bekende schoolpen… Wie er ooit aan is begonnen om mensen onderweg schoolpennen te geven, ik weet het niet. Maar in deze regio vraagt dus echt iedereen erom, terwijl een pen zelfs hier niet moeilijk te krijgen is. Dan zien we van links een rare bruinige wolk aankomen. Misschien zware regen? Of… Nee, het is een zandstorm! Met enorme snelheid komt hij dichterbij en voor we het weten wordt het om ons heen donkerbruin en zitten we er midden in. We kunnen hooguit vijf meter zien. Rijden gaat het niet meer, dus we staan stil en de bussen schudden heen en weer van de wind. Alle ramen en deuren zitten dicht, maar ondanks dat weet het zand overal gaatjes te vinden om binnen te komen. Hopelijk komen we er vandaag nog uit! We hebben geen idee hoe lang zoiets kan duren. Als het zicht iets beter wordt, gaan we toch weer rijden.  Bij de checkpost in Dalbandin schuilen we even voor de storm in het kleine huisje en drinken thee met de mannen. In de bus ligt een dikke dikke laag zand. We brengen de nacht door op de hoog ommuurde parkeerplaats van het hotel in Dalbandin, met twee gewapende politieagenten die de hele nacht in een bed naast onze bus komen liggen.

Op 30 april om 8.00 uur begint de vijfde dag van onze missie door Pakistan. Vandaag hebben we nog 280 kilometer te gaan tot de grens met Iran. De escorte bestaat dit laatste deel weer uit een man die gezellig bij ons voor in de bus, met zijn kalashnikov. Rond 14.00 uur komen we al bij de grens aan. Hoe anders dan die eerste keer beleven we alles… Het is nog steeds een zeer basic grensovergang, met een gebouwtje hier en daar, waar je zelf je weg moet vinden en een persoonlijke behandeling krijgt. Heel anders dan alle andere grensovergangen, maar zo indrukwekkend en bijzonder als de eerste keer is het natuurlijk niet meer.  Ons Carnet de Passage wordt gestempeld, we vullen een formuliertje in en ons paspoort wordt gestempeld… Dag Pakistan!

Dan zijn we weer terug in Iran: soldaten in serieuze pakken die hun macht wel erg graag even laten zien. Je voelt meteen de macht die het leger en de politie hier hebben. Dat is in Pakistan misschien ook zo, maar hier voelt het anders: alsof ze hun macht graag misbruiken voor de verkeerde doelen, mensen graag intimideren. De paspoorten van Jill en mij worden nog even apart gehouden en we zien dat de soldaten foto’s maken van onze pasfoto’s zonder hoofddoek. Grrr.. maar what can you do? Nog steeds onder politiebegeleiding worden we naar de eerste echte stad in oost Iran gebracht: Zahedan. Hier is de situatie nog steeds onveilig en de politie laat ons niet alleen over straat gaan. Dat betekent in dit geval dat we de bussen eigenlijk ook niet uitkomen. Met allerlei restjes eten die we nog in onze bussen hebben, maken we een best lekker maaltje. En het Iraans brood dat we van een wel aardige soldaat krijgen aangeboden, is heerlijk… dit Iraanse super verse brood hebben we gemist!  Als we de volgende ochtend onze laptop openklappen en eindelijk weer internetverbinding hebben, zien we dat het nieuws met grote letters kopt: “Osama Bin Laden gedood in Pakistan”… Waat? In Pakistan? Als we de berichten verder lezen, blijkt dat hij door CIA troepen is gevonden in zijn huis in… Abottabad!! De “slaperige provinciestad” waar wij een kleine week geleden nog waren… waar Roderick zijn Pakistaanse kleding aanpaste, waar we vrolijk over de markt struinden en een Abbottabad-voetbal kochten en waar we bij de zomerresidentie van het Pakistaanse leger de nacht doorbrachten en de soldaten een wel erg verdacht object vonden onder onze bus.. Misschien dat die twee ons nu alsnog verdenken van verkeerde bedoelingen? Ben benieuwd waarom Bin Laden zich uitgerekend “verstopte” in de stad waar het opleidingscentrum van het Pakistaanse leger zit. Wij zijn in ieder geval nét op tijd uit Pakistan, want lang niet iedere Pakistaan zal blij worden van dit nieuws… We zijn blij veilig door Pakistan te zijn gekomen, maar in echt veilig gebied zijn we nog niet. Een stukje dichterbij huis, maar nog lang niet thuis!

Bekijk hier alle foto’s van deze “etappe”.

 Copyright © 2010-2015 Roderick Polak & Marleen Laverman – All Rights Reserved

You may also like...

Leave a Reply