Incredible ….. India

 Viereneenhalve maand India, oftewel 134 dagen. Het plan was om er de winter door te brengen en, zodra de wegen in Pakistan weer begaanbaar zijn, terug naar Europa te rijden. Hoe we er uiteindelijk zo lang zijn blijven hangen: geen idee. Maar na deze maanden hebben we wel eindelijk het idee dat we India een beetje beginnen te kennen. Begrijpen kunnen we het volgens mij nooit. Daarvoor moet je daar geboren en getogen zijn. En hoe vat je de hele India ervaring nou samen in woorden? Ook bijna onmogelijk, maar we gaan toch een poging wagen. En… foto’s zeggen meer dan duizend woorden toch?

Bekijk hier alle foto’s van deze “etappe”.

Eind december kwamen we in Goa aan: een pauze in onze reis die we hard nodig hadden. Goa is eeuwen lang beinvloed door de Portugezen en is een klein stukje India waar alles net even anders is. Zon, zee, strand, feestjes, italiaanse carpaccio of griekse moussaka… En dat hielden we best een tijdje vol: de eerste weken feesten in noord Goa, daarna zijn we verplaatst naar het zuiden:  Agonda. Over Agonda hoorden we al meerdere geruchten sinds we op reis waren… een plek waar alle overlanders van lijken te weten. Toch wel nieuwsgierig naar wie zich daar nou allemaal verzamelen, gaan we daar in Januari heen. Op een terrein ten zuiden van het kustplaatsje Agonda, aan een baaitje en onder de palmbomen, staan zo’n twintig verschillende voertuigen. Raar gezicht als we daar aan komen rijden: alsof we een festival opkomen. Van grote 911 Mercedes trucks, kleine Volkswagenbusjes, tot een enkele kant-en-klaar camper: van alles heeft zich er verzameld. De Duits sprekenden hebben de overhand: Zwitsers, Oostenrijkers en vooral Duitsers zijn er in grote getalen. Maar ook Fransen en Engelsen en wij als enige Nederlanders, yeah. Allemaal mensen die van Europa naar India zijn gereden of soms zelfs nog verder gaan. Zover rijden en dan allemaal op dat ene stukje in India gaan staan… hmm.. Maar al snel begrijpen we waarom: je kunt al je verhalen uitwisselen en nieuwe info inwinnen, om de dag komt er een auto dozen bier en water bezorgen voor onder de winkelprijs, Mathew, de bakker, komt elke ochtend een praatje maken en verse broden brengen en vooral: het is erg gezellig! Even thuis zijn in paradijs.

Maar zelfs (of misschien juist?) in deze paradijselijke omgeving, komt onze reislust niet helemaal terug. Poeh, de terugweg… een heel eind door India, dan weer Pakistan in dat vast niet makkelijk zal zijn en dan nog zo’n 12.000 kilometer naar huis… In Agonda horen we van anderen dat zij hun bus terug laten schepen en zelf lekker terugvliegen. Wat een optie! Het klinkt erg verleidelijk op dat moment.. maar na lang wikken en wegen besluiten we toch dat het cirkeltje rond moet: hoe cool is het om gewoon de grens in Nederland over te rijden en bij het eerste de beste tankstation te stoppen en nonchalant te kunnen zeggen: ” Ja.. we komen net uit India..” Alleen daarvoor doe je het al toch? Als dit het einde van onze reis zou zijn, zouden we geen bevredigend gevoel hebben. En die reislust zal vast wel weer komen, we hebben weleens vaker een dipje gehad.

Agonda is de perfecte plek om bezoek te ontvangen en dat kwam ook: Roderick zijn ouders besloten vrij impulsief om gezellig bij ons op bezoek te komen. Zo’n tien dagen hadden we de tijd om bij te praten, heerlijk te eten en vakantie te vieren. En toen was het helaas tijd voor afscheid nemen: van Roderick zijn ouders en daarna ook van onze vrienden in Agonda en van het paradijs…

Samen met de Zwitsers Kusi en Seraina in een Volkswagen busje rijden we naar Hampi. Dag Goa, hallo India! Het verkeer is gelijk weer onvoorspelbaar: concentratie en rekening houden met het onverwachte is altijd nodig. Maar het zien van al die bijzondere mensen, de dieren overal, dat doet weer goed. Hampi was ooit een zeer grote en belangrijke heilige stad, waar nu nog steeds veel pelgrims naartoe komen. Oude tempelruines langs de rivier die omringd wordt door een landschap met overal bergen van hoopjes stenen die daar wel neergelegd lijken te zijn.

De tempelruines doen soms denken aan die van Ankor Wat in Cambodja en daar rijden we nu gewoon tussen. In Hampi slapen de pelgrims bij de tempel, op de kar van de tractor waar ze met de hele familie inclusief huisraad mee op pad zijn en de parkeerplaats dient tevens als wc en het stikt er echt van de muggen. We hebben een kleine cultuurshock, meer dan toen we India binnenkwamen vanuit Pakistan. Maar we wennen snel en Hampi is echt een bijzondere plek: moet zeker op je lijstje staan als je een keer naar India gaat.

Na Hampi rijden we voor het eerst weer “richting huis”, in plaats van steeds verder er vanaf: we rijden richting het noorden. Een stukje sneller dan wij hier zijn gekomen is Gideon (Roderick zijn broer) onderweg van Schiphol naar Mumbai. We kijken er heel erg naar uit om hem weer te zien! Vanuit een andere hoek van India zijn Jasper en Mendel ook onderweg naar ons. Echt super leuk om weer even te herenigd te zijn met onze vriendjes. Het geluk is alleen niet helemaal aan onze zijde: eerst lig ik een aantal dagen in bed met super hoge koorts. Een check in het ziekenhuis wijst gelukkig uit dat het geen malaria is, maar als ik bijna beter ben is Roderick ziek. Als we eindelijk weer verder kunnen en we aankomen bij ons beoogde chill plekje aan een kratermeer, blijkt het water erg smerig te zijn, het dorpje gaar en kost het ons een hele dag om iets te vinden wat we op de bbq kunnen gooien (aardappels en groente is het resultaat) en daarna steekt de “bos”wachter een stokje voor onze plannen: vuur is hier verboden. Ondanks dat hebben we erg veel gelachen om alle grappige dingen die alleen in India kunnen gebeuren. Alweer veel te snel is het tijd dat Gideon het vliegtuig neemt: na uren wachten op zijn bus, omsingeld door nieuwsgierige Indiers die gezellig met ons meelopen als we verplaatsen, pakt Gideon uiteindelijk een taxi met een jeep vol tieners die uiteindelijk zelfs zijn ritje vor hem betalen.

Als we daarna met Jasper en Mendel doorrijden naar Tadoba National Park om misschien wel een tijger te zien, blijken de safari’s de komende dagen vol te zitten, evenals de hotelkamers… Maar daarna lijkt het geluk eindelijk weer aan onze zijde te komen: er komt een safari vrij en we gaan op pad als echte Afrika gangers: achterop een jeep, met verrekijker en telelens. De auto heeft nog even technische problemen, maar dan kan de tijger jacht beginnen. De jeeps scheuren door het park, op zoek naar dat speciale moment. En we hebben geluk: we zien een grote sloth beer moeder samen met haar twee cups. Eentje klimt op haar rug, de ander klampt zich vast aan haar kont en dan steekt ze langzaam de weg over, terwijl ze ons goed in de gaten houdt. Heel erg mooi en het blijkt dat deze beren erg weinig gezien worden, geluk dus! Met een aantal auto’s wachten we daarna een tijdje bij een meertje dat een drinkplaats is voor tijgers. Vooraan staat een Engelse man die al vijf dagen bezig is om een tijger te spotten en nog steeds zonder succes. Verveeld staart hij naar het meer, met de camera in de aanslag. Onze gids besluit verder op pad te gaan. En als we helemaal aan het einde van de middag op een bospad rijden, scheuren we er opeens vandoor. We rijden een auto voorbij, dan nog een en nog een en dan staan we opeens bijna voor aan en loopt er langzaam op het pad, zo’n 15 meter voor ons, een tijger! Ze loopt zo loom, voor niks en voor niemand bang. Ze sproeit een keer tegen een boom, “Zo, dit is mijn terrein”, en dan verdwijnt ze weer de bossen in. Joehoew, wat een geluk! Heel bijzonder om zo’n mooi en groot dier in het wild te zien.

 

Na het National Park gaan Jasper en Mendel weer hun eigen weg. Wij besluiten in Orccha dat we toch nog wel graag Varanasi willen zien. Maar meer dan duizend kilometer omrijden zien we niet echt zitten. Na bijna een jaar elke dag in de bus, nemen we voor vijf dagen afscheid van hem gaan we met de trein naar Varanasi. Even backpacken! Al in de trein komt India aan je voorbij: de buffalo’s die werken op het land, de kleine huisjes met vrouwen die de was doen, de spoorrails die vrijwel overal dienst doen als de wc en waar vooral vroeg in de ochtend overal mensen gehurkt langs zitten, arme delen van steden die worden omringd door bergen afval, van alles. Als we aankomen in Varanasi zijn we op het ergste voorbereid, Varanasi staat namelijk bekend om zijn bedelaars, verkopers die niet opgeven, rickshaw drivers die je af willen zetten, maar het valt ons allemaal heel erg mee. De rickshaw driver brengt ons door het doolhof van straatjes naar het guesthouse en als we daarna de stad weer inlopen zijn de mensen vriendelijk en de verkopers hebben aan een nee genoeg.

Varanasi is de heilige stad aan de Ganges waar veel Indiers willen worden gecremeerd. Wanneer je hier wordt gecremeerd reincarneer je sowieso naar een hogere kaste en als je hier dood gaat, ga je zelfs direct naar het nirvana. Ons guesthouse zit vlakbij het Burning Ghat, de belangrijkste plek waar de crematies plaatsvinden. Als we naar beneden lopen zien we al wat vuurtjes branden naast de grote stapels hout en als we verder lopen komt het eerste lijk in doeken gewikkeld en gedragen door vier mannen, voorbij. Een raar idee, maar ook weer niet heel erg vreemd als er zo normaal mee om wordt gegaan.

De volgende ochtend erg vroeg varen we op een bootje over de Ganges, terwijl de zon nog niet op is. Op de ghats (trappen) langs de rivier is het leven al in volle gang. We starten bij de Burning Ghat en vanaf het water kunnen we even ongestoord staren. Wat een bizarre plek is het toch: beetje duister door het vuur en de as en de stapels hout die er liggen, maar tegelijkertijd ook weer sereen. Het ziet eruit als een plaatje uit een film hoe alle mannen daar rondlopen en druk zijn met de crematie van de lichamen die gewikkeld zijn in oranje doeken. Vrouwen gaan niet mee naar de crematie, want vrouwen huilen, dat verstoorten dan blijven de geesten tussen hemel en aarde. Daarna varen we verder door de ochtendmist. Langzaam komt de zon op: eerst als een halve rode bal, dan verlicht hij alle badende en wassende pelgrims. Wat een kleuren: van de sari’s van de vrouwen, van de gebouwen. Sommige mannen alleen in lendedoekje, vrouwen meestal helemaal gekleed. Grote lakens worden tegen de stenen geslagen door de wasmannen, uit de tempels klinken bellen en er wordt gechant, buffalo’s die ook een bad nemen en dan een in doeken gewikkeld opgezwollen lijk dat voorbij drijft. Bizar en tegelijkertijd ook weer zo normaal.

Sommige doden worden niet gecremeerd, maar aan een steen gebonden en in de Ganges gegooid. Dat gebeurt bij pure mensen en volgens het Hindoeisme zijn dat onder andere ongeboren baby’s, een kind dat gebeten is door een cobra, Sadhu’s en lepralijders omdat lepra een teken van god is.

Verderop scheren vrouwen, mannen en kinderen hun hoofd compleet kaal. Zij hebben afgelopen tijd een dierbare verloren, maar konden het lichaam om wat voor reden dan ook niet naar Varanasi brengen. Even verderop, bij de elektrische burning ghat, staan honden zich te goed te doen aan een lichaamsdeel dat blijkbaar niet helemaal goed is verbrand door het vuur… poeh.. en dat op de vroege morgen. Maar wat een mensen, wat een gebeurtenissen en indrukken.. alsof je naar een theatervoorstelling zit te kijken.

‘S Avonds zitten we gewoon aan de rivier, te kijken wat er allemaal gebeurt. Kaarsjes met bloemen verlichten de rivier en voor je zie je de duizenden wensen die door mensen zijn gedaan op het moment dat zijn hun kaarsje te water lieten.  Varanasi heeft een hele bijzondere sfeer, zelfs met onze verminderde reislust voelden wij die erg goed. Helemaal onder de indruk stappen we de trein weer in, en laten ons lekker rijden, terug naar ons bussie. Dat deed ons goed, was dit net wat wij nodig hadden?

Vanaf Orccha rijden we daarna verder richting de volgende highlight van India: de Taj Mahal. Voor ons een symbolisch moment, want sinds we deze reis begonnen hangt er al een foto van de Taj Mahal in de bus, als symbool voor ons droomdoel: India. En dat doel hebben we voor ons gevoel echt gehaald als we eind van de middag de trappen van een dakterras in Agra oplopen en daar de Taj Mahal in volle glorie opdoemt, verlicht door de ondergaande zon. Als we een biertje bestellen en op zoek gaan naar een tafeltje zegt iemand opeens: “Jullie kunnen hier wel bij zitten?” Na even praten blijkt dat hij Thomas heet en wat blijkt… hij heeft een deel samengefietst met de Nederlanders met wie wij weer samen hebben gereist in Iran.. Hoe klein is de wereld toch weer!

Na de Taj Mahal weer een stukje verder richting het noorden. We gaan naar het Hare Krishna stadje Vrindavan. Ondanks dat we steeds noordelijker gaan is het nu overdag 47 graden in de bus en elke nacht een gevecht met de muggen. In Vrindavan parkeren we op een mooie, schone, rustige en dus onindiaas aandoende parkeerplaats. Als we een rondje lopen blijkt het een Hare Krishna tempel te zijn. Namaste (hallo) wordt hier vervangen door Hare Krishna en uit kleine eftelingachtige boomstammetjes en gele paddestoelen met blauwe stippen klinkt: “Hare Krishna, Hare Krishna, Krishna Krishna, Hare Hare, etc.” Pfff, waar zijn we nu weer beland? Vrindavan zelf is vol met Krishna pelgrims, meestal gekleed in oranje of zalmroze gewaden. Ze komen vanuit heel India en soms vanuit de rest van de wereld. De eerste westerlingen die we zien kussen de grond van een net openliggende weg die onder constructie is.

Bij de Krishna tempel van de internationale Hare Krishna gemeenschap zit een Amerikaanse vrouw die hier al 35 jaar woont. Ze legt ons uit dat alle oorlogen in de wereld komen doordat mensen koeien eten. Ze is er van overtuigd dat Krishna (het kleine blauwe mannetje) er voor heeft gezorgd dat we hier naartoe zijn gekomen. Eerlijk gezegd was het gewoon de Lonely Planet. Geen spirituele ervaring voor ons dus.

Maar de reden waarvoor we eigenlijk in Vrindavan zijn is het Holi festival. Met dit kleuren festival wordt het begin van de lente gevierd in India. Vrindavan is een van de plekken waar dit het meest wordt gevierd. In de kleine straten van Vrindavan zien we hier en daar al compleet gekleurde mensen rondlopen. Roze, paars, rood, groen en geel en dat overal over kleren en lichaam. Waar komen ze vandaan? We volgen de kleuren en via een smal straatje komen we uit bij een tempel. Als we naar binnen gaan is de hele tempel een kleuren wolk.

De mensen staan in de tempel zijn compleet bedekt met kleuren en staan allemaal een kant op te kijken: richting een beeld van een Hindoe god. Er hangen gordijnen voor het beeld en die worden wild open en dicht geschoven en een soort priester gooit bloemblaadjes over het publiek. Het publiek gooit met kleuren of smeert elkaars gezicht er liefdevol mee in. Dan begint iedereen te zingen en te klappen alsof we in een voetbalstadion staan. De priester probeert de extase een beetje te temperen. Best wel een vage sfeer! Jong en oud, mannen en vrouwen, staan allemaal doorweekt van het water en volledig gekleurd in de tempel, die zelf inmiddels ook alle kleuren van de regenboog heeft. Hoelang zal die nog geel, rood, paars en groen blijven?

Een paar dagen voor Holi hebben we nieuws gekregen over ons Iraanse visum. Het goede nieuws is dat we eindelijk bericht hebben en dat Roderick zijn visum aanvraag is geaccepteerd. Het slechte nieuws is dat mijn aanvraag is geweigerd omdat er informatie zou missen en dat de Iraanse overheid de komende weken vakantie heeft… We besluiten daarom toch maar een omweg te maken en een stukje verder richting het noorden te rijden: koelte, bergen en misschien eindelijk weer eens wat natuurschoon. We gaan naar Rishikesh een stad aan het begin van de Himalaya, aan de Ganges, de plek waar de Beatles in een Ashram zaten en een van hun bekendste albums schreven en dat zichzelf nu trots ‘Yoga capital of the World’ noemt.

In Rishikesh doet iedereen aan yoga, meditatie of probeert op andere manieren in hogere sferen te komen. Als we ‘s avonds in een backpackers restaurant zitten te eten, schuift naast ons een Indiase man aan. Terwijl hij een mexicaanse burrito eet in zijn witte gewaad, halve lange haar en Gandhi bril, vertelt hij dat hij op zoek is naar een grot om in te wonen. Hij was publisher in Delhi, maar heeft zijn bedrif verkocht en de laatste drie jaar van zijn leven doorgebracht in verschillende ashrams in India om te mediteren en is nu baba en gaat een compleet ander leven tegemoet. Hij wil leven in een grot van het eten dat hij vindt of aangeboden krijgt van mensen en zal zijn tijd verder wijden aan meditatie. Voor hem dus straks geen mexicaanse burrito’s meer in een restaurant. Bizar om te horen hoe een zo’n gewone man zo drastisch zijn leven zal gaan veranderen.

Aangezien we nog geen visa nieuws hebben en de bergen ons roepen, rijden we verder de Himalaya in, samen met de Zwitsers Jill en Janos die we vanuit Agonda kennen. Over smalle bergwegen, met hard rijdende Indiase trucks en soms om de kilometer een landslide die de wegen bijna onbegaanbaar maken, rijden we omhoog. Maar dan heb je ook wat: kamperen aan bergriviertjes, op 3.000 meter hoog, met uitzicht op de besneeuwde bergtoppen.

Het is heerlijk koel, slapen met dekens, vuurtje maken en stoofpot eten. En voor het mooiste uitzicht beklimmen we een berg van ruim 4.000 meter, grotendeels door de sneeuw en vanaf daar zicht op de hoogste toppen (7.000m and up!) van India. Ok, we weten het nu zeker: We love the mountains!

Terug in Rishikesh goed nieuws: mijn nieuwe visum aanvraag is geaccepteerd! Alleen Jill en Janos hebben nog problemen met hun visa en we willen samen met hun door Pakistan rijden, dus het wachten is helaas nog niet voorbij. We gaan al wel vast terug naar Delhi, waar we onze visa kunnen ophalen. Daarnaast bereiden we ons voor op de tocht door Pakistan: we halen onder andere nieuwe olie – en dieselfilters op de super leuke auto onderdelenmarkt bij Kashmiri gate, vol met aardige mensen.

Daarna gaan we voor het eerst deze reis naar een garage: we laten de olie en het filter vervangen en de banden wisselen. Dat gaat allemaal op z’n Indiaas: shanti shanti (langzaam) en chaotisch. Als we de volgende ochtend willen vertrekken, lekt er diesel.. De monteurs kijken wat, draaien wat aan en zeggen dan: “no problem”, maar het is wel een probleem, want de diesel lekt nog steeds. Roderick doet het werk dus maar verder en vindt een lekkende handpomp. Gelukkig kunnen ze met een reserve onderdeel van een andere auto het probleem oplossen.

We kunnen nu echt Delhi verlaten en richting de Pakistaanse grens. De visa zitten in ons paspoort, de bus lijkt er klaar voor en wij ook. We gaan nu echt richting huis! Zo voelt het echt: de obstakels zijn verwijderd, de weg is vrij. Er ligt alleen nog wel Pakistan tussen en zo’n 14.000 kilometer…. we hebben die ochtend het gevoel dat we snel gaan, maar als we op de kilometer teller kijken hebben we nog maar 80 kilometer gereden… en als we stoppen zien we dat de dieseltank lekt en dat een van onze banden leeg is, terwijl deze bandenmaat na een speurtocht door heel India nergens te krijgen lijkt te zijn. In Amritsar, de stad voor de grens met India, gaan we voor de tweede keer deze reis naar een garage. Na heel wat geërger aan de Indiase werkwijze – ze breken een onderdeel van de koppeling af, repareren dit provosorisch en lekken 600ml remvloeistof over de halve auto – is de dieseltank gerepareerd en blijkt het probleem van de band een rubbertje in het ventiel te zijn.

Wij zijn wat minder goed voorbereid, zonder extra reserveband, een provosorisch gemaakte koppelingscylinder, lekkende schokbrekers en dieseltank lijkt nog steeds te lekken. Maar na dat we nog even goed genieten van het heerlijke eten in Punjab, India, (chicken tandoori, paneer tikka massala, paratha’s, lassi’s, kulfi, nan…hmmm) rijden we op 13 april India uit. Niet zoals de meeste reizigers vijf kilo lichter, maar ruim twee kilo zwaarder dan toen we aankwamen. Dag India! We zijn er wel even klaar mee, maar het was een bijzondere tijd waar we nog vaak aan terug zullen denken!

Bekijk hier alle foto’s van deze “etappe”.

Nog even een samenvatting van India, voor zover dat lukt….

Ken je die reclame, ” Incredible Indiaa-aa”? Een promotie voor India als vakantiebestemming. Je ziet mooie gebouwen, exotische mensen, zwierige kleurrijke kleding. Vooral de ongelofelijk mooie kant van India wordt natuurlijk getoond. India is ongelofelijk, zonder twijfel, maar niet altijd alleen maar mooi.

India is ongelofelijk veel

In India ben je nooit alleen: ruim 1 miljard mensen, overal en altijd verkeer dat op alle mogelijke manieren herrie maakt, veel dieren, geuren van open riool, sterk gekruide massala chai en de pan (soort kauwtabak) in de monden van de mannen. Veel dingen gaan ook hoe ze gaan, doordat de Indiers met zo velen zijn: als je de trein ingaat vecht je letterlijk om je plek, maar daarna is er rust en vrede want je moet tenslotte wel 12 uren naast je nieuwe buurman doorbrengen.

Indiers zijn ongelofelijk nieuwsgierig

Privé ruimte, dat kennen ze in India niet. Ook onze bus wordt tot het algemeen eigendom van de Indiers gerekend. Als we ergens geparkeerd stonden, kwam er regelmatig gezellig iemand binnen gestapt. Geen blik, geen hallo, gewoon even kijken wat dit allemaal is en dan even later terugkomen met vrienden. We hadden tickets moeten verkopen! Onbeschaamd staren is ook gewoon toegestaan in India, met open mond, onbegrijpende blik en zo lang als je kan. Het leuke is dat wij dus ook ongeneerd alle rare gewoonten van mensen kunnen bestuderen. Moeten we misschien weer even afleren straks.

Indiers zijn ongelofelijk emotioneel

Indiers doen alles met veel emotie: een ongelukje in het verkeer kan uitlopen op een lynchpartij waarbij het halve dorp betrokken is. Dansen gebeurt met volle overgave: bruiloftsoptochten zijn niet te missen: keiharde muziek, een straat vol dansende mensen en veel vuurwerk. In de zee spelen ze met kinderlijk entousiasme, zeker als ze dronken zijn. Alles voor “your enjoyment”!

India is bijzonder heilig

In India kan alles heilig zijn: rivieren, bomen, koeien en ratten, een tempel die is gebouwd in een garage naast andere winkeltjes, Sadhoe’s die van niets leven en continu in hogere sferen verkeren.. er zijn duizenden goden en ieder kiest degene die het best bij hem past; zelfs christenen in India vragen in welke god je gelooft: Maria of Jezus.

India is ongelofelijk smerig

De wc moet op veel plekken in India nog worden uitgevonden en dus poepen Indiers gewoon waar ze maar willen terwijl andere sociale activiteiten gewoon doorgaan, zoals een gesprek aangaan met een toerist. Ook de vuilnisophaaldienst bestaat nog niet in het overgrote deel van India, dus veel woonwijken worden omringd door een zee van afval. Filtering van luchtvervuiling bestaat ook nog niet: midden in India ligt wat op de kaart als toeristische terkpleister wordt aangemerkt: het plaatsje Wani. Wani verwelkomt gasten trots in Black Diamond city. Zwart is het inderdaad: de lucht, de mensen de gebouwen.. maar diamanten zijn nergens te bekennen, steenkool wel..

India is ongelofelijk lekker

Het eten… paneer tikka massala, Aloo Mutter, Chicken Tandoori, Massala chai, Mango Lassi’s..hmm. Zoveel lekkere kruiden, rijke smaken. En dat mag je dan allemaal lekker met je handen naar binnen werken. Feest!

India is ongelogelijk chaotisch

India is net een festival op de derde dag. Iedereen doet maar wat: spookrijders in het verkeer zijn meer regel dan uitzondering, stoppen op de weg wanneer je zin hebt, werkvoertuigen die tijdens het rijden de weg voor zich niet kunnen zien en dus al slingerend over de weg gaan… Maar ondanks dat gaat alles bijna altijd net goed!

India is ongelofelijk intens

Er is geen ontsnappen aan India: alles gebeurt publiek en overal. Crematies, de was doen, eten, naar de wc gaan. Bedelaars of andere mensen die iets van je willen hangen gewoon aan je arm als ze aandacht willen. Even een rustig plekje opzoeken in de natuur om bij te komen, eindigt in een publiek van vijftien man dat je handelingen van moment tot moment volgt.

Bekijk hier alle foto’s van deze “etappe”.

 Copyright © 2010-2015 Roderick Polak & Marleen Laverman – All Rights Reserved

You may also like...

Leave a Reply